Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwelen - (lieflijk zingen)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

kwelen ww. ‘lieflijk zingen’
Mnl. qwedelen ‘op een bepaalde wijs zingen’ (1477), quelen (1440-1460), Vnnl. quelen, kwelen ‘zingen, opgewekt zingen’ (1561), daarnaast ook ‘lieflijk’ en vooral ‘weemoedig’ of ‘klaaglijk zingen’. In de 16e eeuw in Vlaanderen ook quelen ‘druk praten, babbelen’.
Verwante vormen: Middelnederduits quedelen ‘babbelen, zwetsen’, Oudhoogduits quitilōn ‘pruttelen, klagen’, Mhd. quitteln ‘tjilpen’, Oudengels hearm-cwedolian ‘kwaadspreken’. Uit PGm. *kwedilōn ‘bespreken, vaak spreken’, een iteratief ww. afgeleid van PGm. *kweþan ‘spreken’. Van *kwedilōn werd nog Oudengels cwedol ‘spraakzaam’ afgeleid.
Mnl. kwedden ‘groeten’
Onl. quedidon ‘zij groetten’ (900–1000; vertaling van Latijn benedicebant), Mnl. quedden ‘aanspreken, groeten’ (1249). In de dertiende eeuw komt het ww. een drietal keer voor in oorkonden uit Oost-Vlaanderen, in de veertiende eeuw alleen nog in poëzie, en na 1400 verdwijnt kwedden uit het Nederlands.
Verwante vormen: OIJsl. kveðja, OS queddian, Ohd. quetten, chwetten, chetten, OE cwiddian ‘groeten’, uit een PGm. ww. *kwadjan ‘aanspreken’, het regelmatig gevormde causatief bij PGm. *kweþan ‘spreken’.
Onl. quethan ‘zeggen’
Onl. quethan, pret. quath ‘spreken’ (900-1000), harmquethandon ‘voor de kwaadsprekers’ (900–1000, Wachtendonckse Psalmen), enquethen ‘beantwoorden’ (ca. 1100). In het Middelnederlands komt het ww. niet meer voor. Verwante vormen zijn Got. qiþan, OIJsl. kveða, OS quethan, Ohd. quedan, Mhd. queden, koden, OFri. quetha, quatha, OE cweðan ‘zeggen’, Vroegnieuwengels quoth ‘zei’, alle uit een PGm. sterk werkwoord *kweþan. Dat kan op een PIE wortel *gwet- teruggaan, en PGm. *kwadjan op een PIE causatief *gwot-éje-, maar deze wortel is zonder zekere aanknopingspunten in andere takken van het Indo-Europees.
[Gepubliceerd op 06-11-2014 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwelen1* [lieflijk zingen] {qwedelen 1477} nederduits quedelen, oudhoogduits quitilon, iteratief van middelnederlands quedden [aanspreken], oudsaksisch quethan, oudhoogduits quedan, oudfries quetha, oudengels cweðan (engels he quoth [hij sprak]), oudnoors kveða, gotisch qiþan [spreken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kwelen ww., laat-mnl. quēdelen ‘babbelen’, mnd. quēdelen ‘babbelen, zwetsen’, ohd. quitilōn ‘pruttelen, klagen’. Iteratiefformatie bij germ. *kweþan, vgl. onfrank, quethan, os. quethan, ohd. quedan, ofri. quetha, oe. cweðan, on. kveða, got. qiþan ‘zeggen’.

In het idg. is het woord spaarzaam vertegenwoordigd vgl. arm. kočem (<*got-i̯-) ‘roepen, noemen, uitnodigen’, sogdisch žayam, žam ‘ik zeg’, oi. gadati ‘zegt’ (indien dit uit *gatati ontstaan is). Zo Wiedemann IF ι, 1892, 513 die nog oiers bēl ‘lip, mond’ toevoegt (anders IEW 480-1). — Andere verklaringen zijn opgenoemd bij Feist, Got. Wb. 389-90.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kweelen ww., laat-mnl. quēdelen “babbelen”. = ohd. quitilôn “pruttelen, klagen”, mnd. quēdelen “babbelen, zwetsen”, Teuth. qwedelen “kweelen”. Iterativum bij germ. *kweþanan” (zie koddig). Vgl. nog ags. cwëdol, cwidol “dicax, facundus”, weargcweodelian “kwaadspreken”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kweelen ono.w., Mnl. quedelen + Ndd. id., Ohd. quitilon: een frequent. hetzij van *kweden: Ags. cwedan, Go. qiϸan = spreken, hetzij van *kwijden: Ags. cwíđan, On. kvíđa = klagen.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kweelen (zingen) staat voor kwedelen, frequ. van kweden, dat in ’t Mnl. als quedden = spreken voorkomt; vgl.: „Hets (= het is) van Gode, dat ic u quedde.” Het woord heeft dus met kwelen (zie Kwaal) niets uit te staan.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwelen* lieflijk zingen 1477 [Teuth.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut