Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwartier - (een kwart uur; landstreek, stadswijk)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kwartier zn. ‘een kwart uur; landstreek, stadswijk’
Mnl. quartier ‘deel van een geheel’ in gedeelt was hi in drien quartieren ‘het (schild) was verdeeld in drie delen’ [1350-1400; MNW] qwartier ‘vierde deel van lengtemaat’ in V elne ende een qwartier donker blaeus ‘vijf en een kwart el donkerblauwe stof’ [1364; MNW], quartier ‘vierde deel van het jaar’ in in enen quartier jairs ‘in een kwartaal’ [1424; MNW]; vnnl. quartier ‘stadswijk’ in quartier vander stadt ‘deel van de stad’ [1532-37; MNW], quartier ‘verblijfplaats’ [1546; Stall. II, 124], quartier ‘kwart uur’ in naer 't quartier vande gesette uyr ‘vijftien minuten na het vastgestelde uur’ [1582; WNT], quartier ‘landstreek’ [1599; Kil.], kartier ‘id.’ [1638; WNT]; nnl. kwartier ‘kwart uur’ [1780; WNT].
Ontleend aan Frans quartier ‘vierde deel (van een geheel)’ [13e eeuw; Rey], ouder quarter ‘id.’ [1080; Rey] < Latijn quārtārius ‘vierde deel’, een afleiding van quārtus ‘vierde’, zie → kwart. De meeste betekenissen komen ook in het Frans voor. De betekenis ‘kwart uur’ is in het Nederlands ontstaan als verkorting van de uitdrukking een kwartier uurs, ouder een quartier uers [ca. 1500; WNT toeven].

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwartier [vierde deel, bv. van een uur, verblijfplaats] {quartier [het vierde deel van iets, bv. van een tijdseenheid, vervolgens een niet nader bepaald gedeelte, ook district] 1281; de betekenis ‘verblijfplaats’ 1546} < frans quartier [idem], van quart [kwart]. In de uitdrukking kwartier geven betekent kwartier ‘lijfsbehoud’. De betekenis liep van ‘verblijfplaats’ over ‘veilige verblijfplaats’ tot ‘lijfsbehoud’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kwartier znw. o., mnl. quartier ‘vierde deel, een maat’ < fra. quartier < mlat. quartārium neutrum van lat. quartārius ‘vierde deel van een maat’; vgl. nhd. quartier, mnd. quartēr (nde. zwn. kvarter).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kwartier znw. o., mnl. quartier o. “vierde deel, een maat, gedeelte”. Uit fr. quartier < mlat. quartârium. Ook elders ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kwartier o., gelijk Eng. quarter, uit Fr. quartier, van Lat. quartarium (-us) = vierde deel, een afleid. van quartus (z. kwart).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kerteer, keteer (zn.) kwartier; Nuinederlands quartier <1582> < Frans quartier.

Thematische woordenboeken

G. van Berkel & K. Samplonius (2018), Nederlandse plaatsnamen verklaard

kwartier 'onderdeel van een stad, wijk, buurt'
Mnl. quartier 'deel van een geheel, vierde gedeelte', ontleend aan Frans quartier 'het vierde deel van iets'. Dit kon een onderdeel zijn van een gewest (bv. De kwartieren van Gelre) of van een stad (1532-1537 quartier vander stadt1). De verdeling van steden in vier kwartieren was in Nederland en Duitsland gebruikelijk. Later ook in ruimere toepassing op een stadsgedeelte, wijk of buurt in het algemeen.
Lit. 1MNW.

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kwartier (Frans quartier)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwartier ‘vierde deel van een uur’ -> Fries kertier ‘vierde deel van een uur’; Duits dialect Kwartier, Keteer ‘vierde deel van een uur’; Deens kvarter ‘vierde deel van een uur; schijngehalte van de maan’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors kvarter ‘vierde deel van een uur; schijngestalte van de maan’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands quartier ‘vierde deel van een uur’; Sranantongo kwartir ‘vierde deel van een uur’.

kwartier ‘(verouderd) vierde deel, kwart, ook: oude maat’ -> Zweeds kvarter ‘oude lengtemaat, circa 15 cm’ (uit Nederlands of Nederduits); Negerhollands kwati ‘vierde deel, kwart’.

kwartier ‘verblijfplaats’ -> Deens kvarter ‘wijk; één van de vier fases van de maan(stand)’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors kvarter ‘wijk; tijdelijke verblijfplaats van militairen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kvarter ‘huizenblok; verblijfplaats’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins kortteli ‘een door vier straten ongeveer vierkant afgegrensd woongebied, ook een door vier paden afgegrensd kerkhof’ (uit Nederlands of Nederduits); Ests korter ‘verblijfplaats’ (uit Nederlands of Duits); Russisch kvartíra ‘woning’; Oekraïens kvartíra ‘woning’ ; Wit-Russisch kvartéra ‘woning’ ; Indonesisch kuartir, kwartir ‘verblijfplaats; hoofdkwartier’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwartier verblijfplaats 1546 [WNT] <Frans

kwartier vierde deel van een uur 1582 [WNT] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1306. Kwartier geven.

Gewoonlijk met de ontkenning in den zin van: geen lijfsbehoud schenken, geen lijfsgenade schenken; niemand sparen. Zie Winschooten, 199: om quartier roepen, quartier geeven; Van Moerk. 356 en 361; Com. Vet. (woordenlijst); Halma, 524: zij wilden den vijand geen quartier geven; vgl. het fr. donner quartier, waarin quartier bet. ‘lieu où qqn. se retire, et particulièrement lieu de sûreté (Hatzfeld, 1843 b), zoodat onze zegswijze kan beteekenen: iemand een veilige plaats geven; hem beveiligen tegen doodslag, zijn leven redden, hem behouden. In het fri. (gjin) kertier jaen; ook eng. to give (or show) quarter; hd. Quartier geben, Pardon geben (Goedel, 375).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut