Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kwaadaardig - (boosaardig)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kwaadaardig* [boosaardig] {quaed-aerdigh 1599} van kwaad + aard + -ig.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

kwaad’aardig bn., bw., vreselijk, verschrikkelijk. Je hebt kwaadaardige ogen, ba*. Ik geloof bij vrouwen ben je net als rauw* vet op houtskool (Helman 1954a: 16). Ka! [uitroep] de Heer is kwaadaardig boos vanmorgen, geloof me (Helman 1954a: 32). - Etym.: AN k. = van kwade aard (in diverse bet.).

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kwaadaardig ‘boosaardig’ -> Negerhollands quaatachtig ‘boosaardig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kwaadaardig* boosaardig 1599 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut