Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kunne - (sekse)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kunne zn. ‘sekse’
Onl. cunni ‘geslacht, generatie’ in cunnis in cunnis (genitief) ‘van geslacht op geslacht’, cunni allin thia te cumene ist ‘aan de gehele generatie die nog komen moet’ [beide 10e eeuw; W.Ps.]; mnl. kunne ‘sekse’ [1240; Bern.], ‘geslacht, generatie’ in mí vnde mínen kunne (datief) ‘mij en mijn familie’ [1250; CG II], meestal conne/konne, in uan hogen konne ‘van voorname afkomst’ [1265-70; CG II], die ... wijflike conne ‘het vrouwelijke geslacht’ [ca. 1410; MNW]; vnnl. en nnl. kunne, uitsluitend nog ‘sekse, geslacht’.
Os. kunni (mnd. künne); ohd. kunni (nhd.); ofri. kenn; oe. cynn (ne. kin); on. kyn (nzw. kön); got. kuni; alle ‘voorgeslacht, familie’; < pgm. *kun-ja-, bij de nultrap van de wortel die met voltrap (pie. *-e-) ook voorkomt in → kind < pgm. *kinþa-. Van dezelfde nultrap is → koning afgeleid.
Verwant met: Latijn genus (genitief generis) ‘geslacht, ras, klasse’ (zie → genereren, → generatie, → generaal 1, → genie 1, → gentleman, → ingenieus, en zie ook → natie, → naïef, → natuur), gignere ‘voortbrengen, verwekken’ (zie → genitaal); Grieks génos ‘geslacht, ras, klasse’ (zie → -geen, → genocide), geneā́ ‘geslacht, generatie’ (zie → genealogie) en gígnesthai ‘geboren worden, ontstaan’ (zie → genese); Sanskrit jánas ‘geslacht, afkomst’, jánati ‘baren’; Avestisch zīzana- ‘baren’; Litouws žéntas ‘schoonzoon’; Oudkerkslavisch zętĭ ‘bruidegom’ (Tsjechisch zeť ‘schoonzoon’); Welsh geni ‘geboren’; Armeens cin ‘geboorte’; bij de wortel pie. *ǵenh1- ‘voortbrengen’ (LIV 163-165).
De klankwettige vorm is door umlaut mnl. cunne, maar naar analogie van het niet-verwante werkwoord mnl. connen, zie → kunnen, werd de meest voorkomende vorm mnl. conne; mnl. cunne, kunne is vooral oostelijk. Analoog aan de ontwikkeling bij kunnen en → kunde werd bij dit woord uiteindelijk kunne de standaardvorm.
De betekenis van het Nederlandse woord was oorspr. net als in de andere Oudgermaanse talen ‘generatie’, maar vernauwde zich in het Nederlands tot ‘sekse’. Momenteel wordt het alleen nog in de formele uitdrukking van beiderlei kunne gebruikt.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kunne1* [sekse] {oudnederlands cunni 901-1000, middelnederlands conne, cunne [geslacht, verwantschap, afkomst, soort]} oudsaksisch kunni, oudhoogduits chunni, oudfries ken, oudengels cynn, gotisch kuni [geslacht], verwant met kind, koning.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kunne znw. v., mnl. conne, cunne o. v. ‘geslacht, afkomst, sekse, soort’, onfrank. os. kunni, ohd. chunni, ofri. ken, oe. cyn, on. kyn, got. kuni. — Zie: koning en kind.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kunne znw., mnl. conne, cunne o. v. “geslacht, afkomst, sekse, soort”. = onfr. cunni, ohd. chunni, os. kunni, ofri. ken, ags. cyn, on. kyn, got. kuni o. “geslacht”. Germ. *kunja-, verwant met kind.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kunne v., Mnl. conne, Onfra., Os. kunni + Ohd. kunni, Ags. cyn (Eng. kin), Ofri. ken, On. kyn, Go. kuni: afgel. van den zw. graad van Germ. wrt. ken (z. kind).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

ken, zn.: troep (kippen). Met uitgebreide betekenis naast Wvl. ken(ne) ‘verwant, maag’. Mnl. kinne ‘verwant’. Uitdr. noch kin(d) noch ken(ne) hebben ‘noch kind noch kraai hebben’, E. he has neither kit nor kin. Got. kuni, Ohd. kunni, chunni ‘geslacht, verwantschap’ On. kyn, Oe. cyn(n), Ofri. kin, ken, kon, Os. kunni, Ndl. kunne ‘geslacht’, Zw., De. kön ‘geslacht’, E. kin ‘familie, verwanten’, akin ‘verwant’. Germ. *kunja-, Idg. *gen-, *gon-, *gn- ‘voortbrengen’ > Gr. génos, Lat. genus.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

ken troep (gez. van kippen) (Everberg). = wvla. ken ‘familie’ = kunne ‘geslacht’ = got. kuni ~ kind ~ lat. gens ‘geslacht’; vgl. fra. gens ‘lieden’.
NTg LXXI 631-632.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

kenne (K), ken (DB), zn. m.: verwante, maag. Mnl. kinne ‘verwant’. Uitdr. noch kin(d) noch ken(ne) hebben ‘noch kind noch kraai hebben’, E. he has neither kit nor kin. Got. kuni, Ohd. kunni, chunni ‘geslacht, verwantschap’, On. kyn, Oe. cyn(n), Ofri. kin, ken, kon, Os. kunni, Ndl. kunne ‘geslacht’, Zw., De. kön ‘geslacht’, E. kin ‘familie, verwanten’, akin ‘verwant’, kinsman. Germ. kunja, Idg. *gen-,*gon-, *gn- ‘voortbrengen’ > Gr. genos, Lat. genus.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kind, van den Germ. wt. ken, Idg. gen: voortbrengen. Zoo bezat het Got. een achtervoegsel kunds, dat afstammende van bet.; ook heeft ’t Got. kuni = geslacht, ons kunne. De wortel gen komt ook voor in ’t Lat. genus = geslacht; Gr. genesis = geboorte, wording; vgl. ons 1e bijbelboek, dat de wording der wereld enz. behandelt. Zie Evenknie en Koning.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kunne* sekse 0901-1000 [WPs]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal