Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kuiper - (vatenmaker)

Etymologische (standaard)werken

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kuiper znw., mnl. cûper m. In dezelfde bet. reeds mhd. küefer (nhd. küfer), Teuth. cuyper, mnd. kûper, meng. cowper (eng. cooper), mlat. cûpârius m. Van kuip, lat. cûpa. Mnl. en nhd. ook in de bet. “kelderknecht”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

kuiper. Ook ofri. kûper m.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kuiper ‘vatenmaker’ -> Engels cooper ‘vatenmaker; wijnhandelaar; wijnvat; donker bier’; Duits dialect Küper ‘vatenmaker’; Deens kyper ‘vatenmaker; wijnhandelaar’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kypare ‘kelner, ober’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins † kyyppi, kyyppari ‘kelner’ ; Russisch † kúpor ‘vatenmaker’; Creools-Portugees (Ceylon) cuiper ‘vatenmaker’; Papiaments † kijper, keiper ‘vatenmaker’.

Hosted by Meertens Instituut