Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kuipen - (samenspannen, intrigeren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kuipen ww. ‘samenspannen, intrigeren’
Mnl. cupen ‘door list en bedrog iets proberen te verkrijgen’ in sal hie int scaepscot crupen, hie gaet stille, als die wille cupen ‘als hij (de wolf) in de schaapskooi wil kruipen, dan doet hij dat stiekem, als iemand die listig zijn doel wil bereiken’ [1290; MNW], om hem te bedrieghene ende te becuypene (afleiding) ‘om hen te bedriegen en in de val te lokken’ [ca. 1470; MNW]; vnnl. kuyperij (afleiding) ‘het op ongeoorloofde manier proberen te verkrijgen van een bepaalde zaak of ambt’ in kupperye, soo als men hier noemt (m.b.t. de benoeming van een magistraat in Dokkum) [1617; De Vries 1859], verwerft men nu wat hooghs, dat comt door cuypery [1621; WNT bruid I], kuypen ‘knoeien, samenspannen, intrigeren’ in het schadelicke ambacht van kuypen (hier in een toespeling op het werkwoord kuipen ‘vaten maken’) [1624; WNT].
Etymologie onzeker. Mogelijk ontwikkeld als overdrachtelijke betekenis van het werkwoord kuipen ‘vaten maken’ < mnl. cupen, afleiding van → kuip, met een betekenisontwikkeling via ‘een zaak in orde brengen’ en ‘iets gedaan trachten te krijgen’. Duidelijke attestaties van zo'n betekenisovergang ontbreken echter. Volgens een alternatieve verklaring (De Vries 1859) is kuipen ‘intrigeren’ ontwikkeld uit ‘bedriegen’, een overdrachtelijke betekenis bij ‘in een kuip lokken’ en zo rechtstreeks afgeleid van kuip. Hier kan men tegen inbrengen dat kuipen ‘intrigeren’ vrijwel altijd onovergankelijk is. De overgankelijke afleiding mnl. becuypen heeft slechts één geïsoleerde vindplaats (zie boven).
In het Middelnederlands is dit werkwoord nog zeldzaam. Kuipen en vooral de afleiding kuiperij raakten algemeen bekend nadat de Friese dichter Jan Jansz. Starter deze woorden gebruikte in een politieke satire uit 1621.
Lit.: M. de Vries (1859), ‘Woordafleidingen: kuipen, kuiperij’, in: Taalgids 1, 247-282, hier 265-271

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kuipen [in een kuip leggen, intrigeren] {cupen [kuipen maken, in een kuip doen, door listen zijn doel bereiken] 1290} van kuip.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kuipen (bedriegen, knoeien). ’t Is onzeker of dit — reeds laat-mnl. — ww. identisch is met mnl. cûpen (nnl. kuipen) “kuipen maken”, een ook in verwante talen voorkomende afl. van kuip.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kuipen o.w. (bedriegen), Mnl. cupen, zooveel als “in de kuip zetten” Cf. Brugsch in de morinkelkuipe zitten = in de miserie zitten.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kuipen ‘vaten maken’ -> Sranantongo kupa ‘vaten maken’.

kuipen ‘door ongeoorloofde middelen trachten iets te verkrijgen’ -> Duits dialect † kupen ‘op slinkse manier stemmen bij de verkiezingen vekrijgen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kuipen intrigeren 1290 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut