Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kuip - (wijd vat)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kuip zn. ‘wijd vat’
Onl. in de afleiding *kūpere ‘kuiper, vatenmaker’ als beroepsnaam van Philippus Cupra [1154; Debrabandere 2003]; mnl. cupe ‘kuip’ [1277; VMNW]; vnnl. kuyp.
Mogelijk door het Germaans direct ontleend aan een onbekende niet-Indo-Europese taal, maar wrsch. eerder via Latijn cūpa ‘kuip, ton, vat’ aan deze taal ontleend. Zie verder → kop 1 en → koepel.
Evenzo ontleend zijn: mnd. kupe; me. cupe, cowpe (ne. coop); alle in de betekenis ‘vat, ton, mand e.d.’, naast nzw. bikupa ‘bijenkorf’. Daarnaast staan os. kōpa en ohd. kuof (nhd. Kufe), die op een Latijnse nevenvorm cōpa kunnen teruggaan. Oe. cȳpe, cȳpa is daarentegen vanwege de umlaut moeilijk met een Latijns woord te verbinden, hetgeen een aanwijzing kan zijn voor directe herkomst uit een andere, onbekende taal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kuip [vat] {cupe, cuype, cuup 1277} < latijn cupa [vat, kuip], verwant met grieks kupellon [beker] (vgl. koepel, kop).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kuip znw. v., mnl. cûpe, mnd. kūpe, me. cowp < lat. cūpa. Een oude ontlening blijkens ohd. kuofa (nhd. kufe), dat evenals os. kōpa op lat. cōpa, een bijvorm van cūpa teruggaat.

Het oe. cyp ‘ton’ kan hier niet van gescheiden worden, maar kan wegens de umlaut bezwaarlijk uit lat. cupa overgenomen zijn. Daarom zou men kunnen vermoeden, dat al deze woorden evenals kop en kappen 1 in vroege tijd uit een onbekende niet-idg. taal overgenomen zijn.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kuip znw., mnl. cûpe v. = mnd. kûpe v., meng. cowp “kuip”. Niet oerverwant met kop, kom enz., maar ontleend uit lat. cûpa. Ohd. chuofa (nhd. kufe), os. kôpa v. “vat, kuip” wordt uit een bijvorm, mlat. côpa afgeleid. Desnoods zouden de beide germ. formaties hierop terug kunnen gaan: voor ’t vocalisme vgl. dan moerbei.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

koffer. Of fr. coffre rechtstreeks uit lat. cophinus, gr. kóphinos is ontwikkeld, is niet zeker. Misschien behoort het met gr. kóphinos tot een groep van niet-idg. zwerfwoorden met onderling gelijkend consonantisme die in verschillende talen om de Middell. Zee voorkomen en op een grondwoord wijzen met een bet. als ‘gevlochten vaatwerk’. Zie over deze woorden Marcel Cohen BSL. 27, 1, 81 vlgg., waar ook de onder karaf, kof, kop, korf, kuip genoemde lat. of rom. woorden ter sprake komen. Discussie en verdere bijzonderheden (b.v. over mogelijke herkomst van het grondwoord uit het Polynesisch: Cohen BSL. 28, 2, 48 vlgg.) liggen buiten het bestek van een nederl. etymologicon.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kuip v., Mnl. cupe, gelijk Ndd. kupe, en met anderen klinker Os. copa, Ohd. kuofa (Nhd. kufe), Ags. cýpa (Eng. coop), uit Lat. cupam (-a) = vat, waarover z. huif 1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

koep (zn.) vat; Vreugmiddelnederlands cupe <1277> < Latien cupa.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kuip (Latijn cupa)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kuip, van ’t Lat. cupa = vat, Skr. kupa = put.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kuip ‘vat’ -> Engels † keup ‘vat’; Engels coop ‘mand (verouderd); hoenderkorf; tenen visfuik; kooi, cel’; Zweeds kyp ‘vat of bad voor verfstoffen’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins † kyyppi ‘vat’ ; Sranantongo kupa ‘vat’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kuip vat 1277 [CG I1, 362] <Latijn

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2429. Weten welk vleesch men in de kuip heeft,

d.w.z. weten met welk soort menschen men te doen heeft; den aard en het karakter kennen van degenen met wie men omgaat; wat men aan iemand heeft; vgl. Cats I, 466: Een die verkopen wil, maer één oge behoeft, want hy weet te vore wat vleysch hy in de kuyp heeft, maer die koopen wil, behoeft 'er wel hondert; II, 63: Als een man weet wat vleesch hy (aan zijne vrouw) in de kuyp heeft, zoo kan hy 'er pekel na maken; C. Wildsch. III, 83; W. Leevend V, 210; V. Janus, II, 124; 256; Harreb. I, 456 b: Hij weet wel, wat spek (of vleesch) hij in de kuip heeft; Handelsblad, 23 Sept. 1913, p. 1 k. 1 (avondbl.): Wij weten nu, na de Troonrede althans ongeveer welk vleesch wij in de kuip hebben met het nieuwe kabinet; Handelingen der Stat.-Gen. 1913-1914, p. 2827 k. 1: Wij weten sedert lang allen heel goed, welk vleesch wij met den heer Tijdeman in de kuip hebben; A. Jodenh. II, 24; Nest, 31; Menschenw. 520; Het Volk, 29 Mei 1914, p. 1 k. 4: De socialisten weten zeer goed welk oud-liberaal vleesch zij met de heeren Nierstrasz en Ter Spill in de kuip hebben; 8 Juni 1914, p. 1 k. 3: Ziende welk vlees dr. Bos in z'n concentratie-kuip had; Nw. School V, 288: Die schrijver wist van 't begin af aan welk vleesch hij in de kuip had; Nkr. IX, 1 Mei p. 6: Ze weten wel, wat voor vleesch ze in de kuip hebben, en dat de arbeiders veel te laf en te beroerd zijn om zoo'n fooi niet aan te pakken; De Arbeid, 26 Dec. 1914, p. 2 k. 3; enz. In het fri. wite hwet flêsk men yn 'e kûpe het. Voor Zuid-Nederland vgl. Waasch Idiot. 716 b: gewaar worden welk vleesch men in de kuip heeft, ondervinden dat er gelogen wordt.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut