Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kruin - (bovenste deel van het hoofd)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kruin zn. ‘bovenste deel van het hoofd’
Mnl. crune ‘haarkrans rond de tonsuur, tonsuur’ in .i. brede crune ... .i. rinc van hare vp sijn houet also als die monc pliet ‘een brede tonsuur, een ring van haar op zijn hoofd zoals de monnik pleegt te hebben’ [1287; VMNW], ‘bovenste deel van het hoofd’ in legghet op dye crune vanden hovede ‘doe het (de zalf) op de kruin van het hoofd’ [1351; MNW-P]; vnnl. kruyne [1567; Nomenclator, 24], overdrachtelijk in een steile kruyn ‘duintop’ [1632; WNT], kruin ‘boomtop’ [1650; WNT].
Ontleend aan vulgair Latijn *coruna ‘krans, bekroning’, nevenvorm van klassiek Latijn corōna ‘id.’, zie verder de jongere ontlening → kroon. De klassieke -ō- werd in het vulgair Latijn zeer gesloten uitgesproken en viel samen met de korte -u-. In het Nederlands trad reductie van de eerste, onbeklemtoonde lettergreep op, later gevolgd door diftongering van de gerekte -u- in open lettergreep.
Middeleeuws Latijn coruna/corona was de benaming voor de harenkrans rond de geschoren kruin van monniken en priesters, die werd gezien als het zinnebeeld van de geestelijke kroon die zij droegen. In het Middelnederlands verschoof de betekenis naar het geschoren gedeelte zelf, en algemener het bovenste gedeelte van het hoofd. Deze laatste betekenis vernauwde zich later tot ‘plaats waaromheen de haren onstpringen’, maar werd ook algemener ‘hoogste gedeelte van een berg, een boom, enz.’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kruin [haarwervel] {cru(i)ne 1350} < latijn corona [krans, halo] (vgl. kroon).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kruin znw. v., mnl. crûne v. ‘tonsuur, kruin, top’, mnd. krūna v. ‘tonsuur’ (> on. krūna ‘tonsuur’). Een vroege ontlening aan lat. corōna in de bet. van ‘tonsuur’ (zie ook: kroon). — Voor de weergave van laat-lat. ō als ū, vgl. ook uur en kapoen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kruin znw., mnl. crûne v. “tonsuur, kruin, top”. = mnd. krûne v. “tonsuur”, on. krûna v, “kroon, tonsuur, top”. Een wsch. vrij oude ontl. uit lat. corôna; zie kroon. Voor de germ. û (> ndl. ü̂ > ui) vgl. uur, ook kapoen. Ook in’t Got. werd lat.-rom. ô door û weergegeven: Rûmoneis uit Rômâni. Eng. crown “kroon, kruin” wordt uit ’t Fr. afgeleid.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kruin v., Mnl. crune, gelijk Meng. crune (Eng. crown) en On. krúna, uit Lat. coronam (-a), dat later ook als kroon (z.d.w.) overgenomen werd.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. du P. Scholtz (1961), Afrikaanse woorde en uitdrukkinge - eiegoed of erfgoed?,

Kroontjie snw., Ndl. kruin, “de plek achter bovenop het hoofd van waar de haren als stralen in ’t rond uitgaan.” – O.V. II. 93: “Kroon, kruin op het hoofd” (Ned.-Betuwe)

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kruin (Latijn corona)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Kruin, van ’t Lat. corona = kroon.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kruin ‘bovenste deel van hoofd of van een voorwerp’ -> Duits dialect Krüning ‘een rond, uistekend deel in de zijmuren van een sluis, waarin de halsbanden van de sluisdeuren verankerd zijn’; Zweeds krön ‘bovenste deel van iets hoogs’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kruin bovenste deel van hoofd 1350 [MNW] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut