Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kronkel - (sterke kromming)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kronkel* [sterke kromming] {kronckel 1599} naast crinkel; het laatste is de verkleiningsvorm van crinc, cring [kring].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kronkel znw. m., mnl. cronkel, crunkel, vgl. mnd. krunke ‘vouw, rimpel’ en zie verder: krinkel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kronkel s.nw.
Redelike skerp buiging of kromming, of deel van iets wat of plek waar iets sodanige vorm het.
Uit Ndl. kronkel (1599).

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Krank, van den Germ. wt. kring, krink = zich krommen, dus gekromd als een doodelijk gewonde, waaruit de oorspr. bet. van zwak is te verklaren, en de latere van ziek. Vgl.: „Mijn gheluck es so cranc.”Kronkel is een verkleinw. van kronk (Vlaamsch) = kring; en van kronkel komt het w.w. kronkelen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kronkel ‘sterke kromming’ -> Frans dialect cronquelet ‘tros fruit aan het eind van een tak’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kronkel* sterke kromming 1599 [Kil.]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut