Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kribbig - (prikkelbaar, lichtgeraakt)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kribbig bn. ‘prikkelbaar, lichtgeraakt’
Vnnl. kribbig ‘prikkelbaar’ [1573; Thes.].
Afleiding op → -ig van vnnl. kribben ‘ruzie maken’ [1599; Kil.], dat wrsch. een nevenvorm is van → krabben.
Mnd. met een ander achtervoegsel kribbisch ‘prikkelbaar’.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kribbig* [prikkelbaar] {kribbigh [twistziek, knorrig] 1573} middelnederduits kribbisch; van kribben.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kribbig bnw., sedert Kiliaen kribbigh (Sax. Fris.) ‘twistziek, boosaardig, knorrig’, mnd. kribbisch ‘prikkelbaar, twistziek’ is een afleiding van kribben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kribbig bnw., sedert Kil.: “kribbigh. Sax. Fris. Morosus, litigiosus, malignus”. = nhd., ndd. kribbeln “krioelen, kriebelen”, mnd. kribbisch “prikkelbaar, kemphanerig”. Hiernaast mnl. crēvelen “kriebelen” (nog dial., vooral zuidndl.), mhd. (md.) kribeln “kriebelen”, mnd. krēvelen “kriebelen”, fri. kreauwelje “kriebelen” (Gysb. Jap.). Een jonge woordfamilie, o.a. onder invloed van die van krabbelen opgekomen. Zie krioelen. Fri. kreauwe “kribben, twisten” zal wel jonger zijn dan ’t ww. op -le(n).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

krib’big bn., hangerig (gezegd van een klein kind). - Etym.: AN k. = prikkelbaar.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kribbig ‘prikkelbaar’ -> Frans sauche gribiche ‘saus met kruiden, kappertjes, stukjes hard gekookt ei en augurken’; Frans dialect gribiche ‘boosaardige vrouw; aansteller, kind dat steeds gezichten trekt’; Papiaments krepchi ‘prikkelbaar; prikkelbaarheid’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kribbig* prikkelbaar 1573 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut