Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

krans - (ring van samengevlochten bloemen, takken e.d.)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

krans zn. ‘ring van samengevlochten bloemen, takken e.d.
Mnl. crans ‘bekroning, kroon, krans’ in den crans der ewicheit ... draghen ‘de kroon van de eeuwigheid dragen’ [1390-1410; MNW-R], krantz ‘bloemslinger, krans’ [1477; Teuth.]; vnnl. op sijnen helm van goud een cranselijn [16e eeuw; MNW], krants ‘bekroning, lauwerkrans’ [1599; Kil.].
Ontleend aan Hoogduits Kranz ‘slinger, guirlande, kroon’, eerder alleen ‘hoofdsieraad’ [11e eeuw; Kluge].
Het Duitse woord is misschien verwant met Litouws grandis ‘schakel van een ketting, armband’, waarvan verdere verwanten onbekend zijn; een andere mogelijkheid is dat het met ablaut en ander achtervoegsel hoort bij de wortel van → kring en kronkel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

krans [ring van gevlochten bloemen] {crans(e) 1400} < middelhoogduits kranz, oudhoogduits kranz [ronde om het hoofd gewonden hoofdtooi], wel van een i.-e. stam met de betekenis ‘draaien, wikkelen’, waarvan ook kram, krinkelen, groep1 zijn afgeleid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

krans znw. m., eerst Kiliaen krants, laat-mnl. crans, evenals mnd. kranz < mhd. kranz, reeds laat-ohd. Het woord is dus alleen hoogduits, zodat het niet raadzaam is, idg. verwanten er mee te verbinden. Volgens Kluge-Mitzka 400 zou het gevormd zijn uit het ww. krenzen en dit < *krengzen, dan dus een afl. van kring.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

krans znw. Kil. Statenbijbel krants, ook Teuth. crants, krantz, laat-mnl. crans m. Evenals mnd. kranz m. “krans” ontleend uit mhd. (nhd.) kranz > later-ohd. kranz m. “diadema, vitta, cirros, crines”. Wsch. verwant met po. dial. grędać się “zich draaien, zich winden”, lit. grandis “ijzeren ring, armband”, opr. grandis “ring”, lett. grůds “stijf gedraaid”. Hierbij misschien ook ier. grinne “bundel, fascis”. Anderen combineeren kring: hd. kranz uit *kraŋӡ-ta- (vgl. lente). Gr. grónthos “gebalde vuist”, oi. granthí- “knoop” kunnen hoogerop verwant zijn: idg. gren-th-, gron-th- naast gren-d-, gron-d-. Nog hoogerop is verwantschap met de basis gerē̆- (zie kraam) niet uitgesloten. Idg. grenth- is ook verbaalwortel: oi. grathnā́ti “hij knoopt, windt”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

krans m., Mnl. crans, gelijk Zw.-De. krands (krans), uit Hgd. kranz + Lit. grandìs = armband, Opr. grandis = ring, en met een ander formans Skr. wrt. granth = binden, granthas = knoop, Gr. grónthos = gebalde vuist. Misschien echter is kranz uit kraŋg-t en behoort dan bij kring.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetensckap en Kuns

krans I: (beperkte gebr.) “saamgesnoerde groep” (bv. kinderkrans); Ndl. krans, veral in bet. “snoer”, bv. v. blare, blomme, sierade, ens. (Lmnl. crans), uit Lohd. kranz, by Kil as krants, hou misk. verb. m. kring, maar verw. hoërop onseker.

krans II: steil rots, rotskring; v. dies. herk. as krans I, maar wsk. d. Hd. kranz, in bet. “rotsmuur” beïnvl., terwyl dit vlgs. NED (in 1834) as kran(t)z in hierdie bet. uit S.A. in Eng. oorgegaan het. Kloe (HGA 36) neem aan dat krans via Ndl. leenw. uit Duits is (“in niet-overdrachtelijke betekenis”), maar die vraag is watter bet. “oordragtelik” is en waar dit begin het.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

krans (Duits Kranz)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

krans ‘ring van gevlochten bloemen; ringvormig voorwerp’ -> Schots † crance ‘bronzen object, kaarsenhouder; ring van gevlochten bloemen’; Deens krans ‘ringvormig voorwerp, bijvoorbeeld ring van bloemen’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors krans ‘ring van gevlochten bloemen; kransvormig voorwerp’ (uit Nederlands of Nederduits); Ests krants ‘ring van gevlochten bloemen’ (uit Nederlands of Duits); Frans dialect † crancelin; cranschelin ‘kapsel in de vorm van een diadeem; bloemenkroon die jonge meisjes op het hoofd zetten’; Frans dialect kranskenne; cronskène; cranskenne ‘vlecht met twee einden; kleine kroon van stro; gedraaide worst’; Russisch kranc, kránec ‘krans van koorden ter bescherming van de scheepsrand’; Zuid-Afrikaans-Engels krantz ‘rotswand die rond een berg(top) ligt (als een krans), overhangende of steile rotswand’ ; Indonesisch krans ‘ring van gevlochten bloemen (voor begrafenis)’; Kupang-Maleis karáns ‘ring van gevlochten bloemen’; Negerhollands krants ‘ring van gevlochten bloemen’; Papiaments krans, krams ‘ring van gevlochten bloemen; bruidskrans; aarden wal op bepaalde afstand ronde de stam van een boom of plant aangelegd, waar water zich bij het bevloeien of na een bui in verzamelt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

krans ring van gevlochten bloemen 1400 [MNW] <Duits

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

2572. Goede wijn behoeft geen krans,

d.w.z. goede waar behoeft men niet aan te prijzen; vgl. lat. proba merx facile emptorem reperit. Het spreekwoord herinnert aan de vroegere verplichting voor herbergen, waar wijn getapt werd, om een krans uit te hangenOok op de markt werd door middel van een stroowisch aangeduid dat men de eene of andere bijzondere of uitnemende waar te koop had (Mnl. Wdb. VII, 2345). Zie verder Zeitschr. des Vereins für Volkskunde, XVII, 195-200; Gild. v. Utr. 2, 455, 5: (Den wijn) uut doen roepen tusschen den tween bruggen ende dan enen hoep (krans) uutsteken voir an den schafft, sodattet een ygelic weten ende bekennen mach; Kil. Veyle, herba venale vinum indicans; Ndl. Wdb. VIII, 101; Van Lennep en Ter Gouw, de Uithangteekens I, 63. In Zuid-Nederland ziet men nog wel boven den ingang der bierhuizen een takje (palmtakje, spaansch hout, enz.); De Cock1, 124 en 339.. Later verviel die verplichting, maar herbergen, die niet bijzonder in trek waren, hingen toch een krans uit om klanten te lokken. De herberg, waar men wist, dat goede wijn geschonken werd, behoefde dit niet te doen; daar kwam men toch wel. De uitdr. dateert uit de 16de eeuw en is in zeer veel talen bekend (Wander V, 97-98). Zie voor onze taal Feest. 936:

 Die guet es, dats een ghemeyn spreken,
 Hine darfs ghenen wisch wtsteken;
 Want ane den nest es saen vermoedt
 Wat vogle datter inne broedt.

Truwanten, 184: Die wel doet en derf ghenen wisch uutsteken; Campen, 30: gueden wyn behoeft gheenen crans; Servilius, 28*: men derf geenen wis wtsteken, daer goeden wijn te coope is, vino vendibili suspensa hedera nihil est opus; Spieghel, 285: ghoe wijn behoeft gheen krans; Suringar, Erasmus, no. CCXXXVII; vgl. Vad. Mus. V, 374; Brederoo III, 198: Wijn, die wel verkocht wordt, behoeftmen geen krans uyt te hangen; Westerbaen I, 385: Krans of roosenhoed die somtyds slechte wyn voor goê verkoopen doet; bl. 66: Goe wyn sal sich selfs wel melden, al en steeckt de krans niet uyt; Paffenr. 74: Goede wijn behoeft geen eyloof (klimop) krans; Tuinman I, 123; Sewel, 418: Voor goeden wyn behoeft men geen krans uit te steeken, good wine needs no bush; Halma, 786: Goede wijn behoeft geen krans, de waare deugd behoeft geen lof, à bon vin point d'enseigne; Harreb. I, 448 b; Joos, 146; eng. good wine needs no bush; hd. guter Wein darf keines Kranzes (verouderd); ital. al buono vino non bisogna frasca.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut