Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

krachtens - (voorzetsel)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kracht zn. ‘vermogen om iets te verrichten’
Onl. kraft ‘vermogen, sterkte’ in an crefte thinro ‘door uw macht’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. cracht ‘id.’ [1236; VMNW].
Ontwikkeld uit Proto-Germaans *krafti- met dezelfde klankovergang als in → achter.
Os. kraft; ohd. kraft (nhd. Kraft); ofri. kreft (nfri. krêft); oe. cræft (ne. craft ‘vaardigheid’); on. kraptr (nzw. kraft); < pgm. *krafti- ‘kracht; kennis’ naast *kraftu-. Mogelijk verwant met: nijsl. kræfr ‘sterk’ en met de werkwoorden: oe. crafian ‘eisen, verlangen’ (ne. crave); on. krefja ‘eisen’ (nzw. kräva).
De verdere herkomst is onbekend.
krachtens vz. ‘op grond van’. Nnl. krachtens de wetten der spraakkunde [1821-25; WNT]. Afleiding met bijwoordelijke → -s van kracht, naar analogie van → namens, dat is ontleend aan het Duits. Ook krachtens is misschien onder invloed van Duits kraft (voorzetsel met genitief) ‘uit kracht van’, dezelfde constructie als in vnnl. wt crachte van alsulcke acte ‘uit hoofde van een dergelijke akte’ [1582; WNT], wat teruggaat op de speciale betekenis van kracht ‘het vermogen om bevoegdheden en verplichtingen te scheppen’. ♦ krachtig bn. ‘sterk, met kracht’. Onl. creftih uuaren ‘machtig waren’ [10e eeuw; W.Ps.]; mnl. met crachtiger hand ‘met sterke hand’ [1285; VMNW]. Afleiding van kracht met het achtervoegsel → -ig.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

krachtens [ingevolge] {1817} met het bijwoorden vormende achtervoegsel -s, vermoedelijk in navolging van hoogduits kraft [krachtens], dat verkort is uit aus, in, mit kraft.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

krachtens voorz., in de 19de eeuw gemaakt naar het voorbeeld van nhd. kraft, dat zelf verkort is uit uitdrukkingen als in, aus, mit kraft. De nl. vorm mogelijk onder invloed van woorden als blijkens.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

krachtens voorz., eerst in de 19. eeuw. Met adverbiale s. Wsch. oorspr. een kunstmatig naast “uit kracht van” gevormd woord. Wellicht naar het du. voorz. kraft, oorspr. dat. enk., dat door de kanselarijstijl in de 16. eeuw in gebruik is gekomen; verkort uit in, aus, mit kraft.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

krachtens voorz., met adverb. s, uit krachten, datief meerv. van kracht; vergel. tijdens.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

krachtens (Duits kraft)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

krachtens voorzetsel 1817 [Picarta: Reglement of ordonnantie, (...) krachtens het besluit van (...)] <Duits

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut