Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

krab - (het krabben)

Etymologische (standaard)werken

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

krab 3 znw. v., verbaalnomen van krabben.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

krab II, verbaalnomen van krabben. Het nomen nog niet bij Kil. Het ww., reeds mnl. crabben “krabben, krakeelen” = mnd. krabben “krabben”, noorw. krabbe “krabbelen, kruipen”. Hiernaast mnl. crabbelen “krabbelen” (nnl. krabbelen), mhd. krappeln, mnd. (nhd.) krabbeln “id.”, on. krafla “id.” (vgl. bibberen: on. bifra). In allerlei streken gaat de bet. “krabbelen” in “kruipen” over. Verwant met gr. gráphō “ik griffel, schrijf” en ablautend met kerven. Voor een basis waarvan sommige vormen met krabben enz. in associatie zijn getreden, zie grabbelen en garf. Vgl. ook kribben.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

krab ‘schram’ -> Sranantongo krabu ‘schram’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut