Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kossem - (halskwab van rund)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kossem* [halskwab van rund] {1552} vgl. middelnederlands coder, middelnederduits koder, noors kusma [de bof] (vgl. kodde1); de oorspr. betekenis is ‘zwelling’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kossem znw. m., sedert Kiliaen ‘halskwab van een rund’ zal wel ontstaan zijn uit *kup-smōn blijkens mnd. kōder ‘onderkin, krop’, laat-mnl. cōder ‘kossem’, nhd. dial. köder ‘onderkin’; daarnaast mnd. küdel ‘tas’, mhd. kiutel ‘onderkin, kossem’, en ohd. kiot ‘zak’, oe. cēod(a) ‘zak, tas’. — Zie verder: kodde.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kossem znw., sedert Kil. Vgl. vooral noorw. kusma v. “parotitis”. Wsch. uil *kuþ-smôn-: vgl. mnd. kōder (kāder, kodder) m. “onderkin, kwab, kossem”, nhd. dial. köder “id.”, laat-mnl. cōder “kossem”. Germ. kuþ - kan een verlenging zjjn van de bij kiel II besproken idg. basis gu-; gew. echter gaat men, wat evengoed mogelijk is, van een basis germ. kweþ-, kuþ-, idg. get-, get- uit, waarover zie kut.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kossem m., + Ndd. koden, koder = halskwabbe en Ags. cudu (Eng. cud) = strot, Go. qiþus = buik: van Germ. wrt. kuth (z. kuit 3) De verhouding tusschen de vormen met d en s is dezelfde als tusschen adem en asem.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut