Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koren - (walgen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koren2* [walgen] {coren [braken] 1475, vgl. coringe [braakmiddel] 1351-1400} middelnederduits koren [braken, babbelen], fries koarje [walgen, braken]; de etymologie is onzeker, maar vermoedelijk is middelnederlands coren < coderen [babbelen] (vgl. beide betekenissen in middelnederduits koren) en dan < coder [halskwab]; uitgangspunt is dan het op-en-neer-gaan van de halskwab.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koren 2 ww., later-mnl. cōren ‘braken, uitspuwen’, Teuth, coeren, coiren ‘braken’, mnd. kōren ‘braken; babbelen’, nnd. koren, kören ‘braken’, frie. koarje ‘walgen, braken’. Wellicht is het nl. woord overgenomen uit fries of nd. Vgl. ook nnd. kodderen, ködderen, dat wellicht met koder ‘fluim’ samenhangt. — De herkomst van dit lokaal begrensde woord is moeilijk vast te stellen; misschien te vergelijken met av. gantay- ‘stank’, operz. gasta ‘walgelijk’ van de idg. wt. *gedh (IEW 466), daarnaast ook *geidh ‘modder, slik, vgl. gr. deĩsa ‘slik, drek’.

FW 338 plaatst het minder overtuigend als klanknabootsend woord bij de groep van kermen, maar gaat dan ook van een germ. *kurōn, korōn uit, wat minder waarschijnlijk is.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

koren II ww., later-mnl. cōren “braken, uitspuwen”, Teuth. coeren, cairen “id.”. = mnd. kōren “braken”, ook “babbelen”, fri. koarje “walgen, braken”. Welke bet. de oudere is, is bezwaarlijk na te gaan. Wgerm. *kurôn, *korôn kan, tenzij ’t een jonge onomatopoëtische formatie is, van een van de bij kermen genoemde geluid-aanduidende idg. bases ĝer-, ger-, ger- komen. Met de bet. “babbelen” vgl. gr. deiriān; loidoreīsthai; Lákōnes, deríai; loidoríai (Hes.), lat. garrio “ik leuter”.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

koren 2 ono.w. (rispen), Mnl. coren + Ndd. koren, Fri. koarje: onomat.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut