Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koper - (scheikundig element, metaal)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

koper zn. ‘metaal, scheikundig element (Cu)’
Mnl. coper ‘metaal, koper’ [1240; Bern.], seluer. goud. yser. coper mede ‘zilver, goud, ijzer en ook koper’ [1285; VMNW].
Ontleend aan Laatlatijn cuprum ‘koper’, klassiek Latijn cyprium ‘id.’, verkorting van aes Cyprium ‘Cyprisch metaal’, waarin Cyprium de onzijdige vorm is van Cyprius, Grieks Kúprios, bn. bij Kúpros ‘Cyprus’, het eiland in het oosten van de Middellandse Zee waar in de oudheid het meeste koper vandaan kwam.
koperen bn. ‘van koper’. Mnl. coperin ‘koperen’ [1240; Bern.], alle die vaten ... die coprin waren ‘al de vaten die van koper waren’ [1285; VMNW], een copren penninc ‘een koperen penning’ [1400-30; MNW]. Afleiding van koper met het achtervoegsel -en waarmee stoffelijke bijvoeglijke naamwoorden worden gevormd, zie → gulden 2.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koper [metaal] {cop(p)er 1240-1260} < latijn cuprum, van aes cyprium [Cyprisch erts]; Cyprus was bij uitstek de vindplaats van kopererts in de Oudheid.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koper znw. o., mnl. cōper, cueper (vgl. nnl. dial. kōper in Kampen en op Veluwe), oe. copor, on. koparr naast mnl. copper (nnl. dial. kopper, Achterh.), mnd. kopper, ohd. chuphar (nhd. kupfer) gaan terug op germ. *kupar en *kuppar, die langs verschillende weg ontleend zijn < lat. cuprum (Frings, Germ. Rom. 1932, 154-6). Eerst sedert de 3de eeuw komt cuprum in gebruik voor het oudere aes cuprium < gr. kúprion afgeleid van de naam Kúpros ‘Cyprus’, waarvan men oudtijds het metaal betrok.

De vorm met -p- komt voor in het Nederrijnse gebied (als kuaper), in Nederland en in Westfalen, vgl. het kaartje bij W. Foerste, Bijdr. en Med. Dial. Comm. 1955, 22.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

koper znw.o., dial. ook kȫper (Kampen, Vel.), kopper (Achterh.), mnl. cōper, cȫper, copper o. = ohd. chuphar (nhd. kupfer) o. “koper”, uit rom. *kupru (laat-lat. cyprum, ouder cyprium, scil, aes “metaal van Cyprus”), misschien dial. ook = ags. copor o. (eng. copper), on. koparr m. “id.”, uit rom. *copru, vulgairlat. coprum (waaruit ook spa. port. cobre, catal. couvre, ofr. coevre). De vorm kopper = mnd. kopper o. “koper”. De ndl. ȫ hoorde wellicht oorspr. alleen in ’t bnw. cȫp(e)rijn = ags. cyp(e)ren “koperen” thuis. Voor p : pp vgl. appel.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

koper o., Mnl. coper, gelijk Mhd. kuffer, Ags. copor (Eng. copper), No. kopar, uit Mlat. cuper, terwijl Ohd. chuphar (Mhd. en Nhd. kupfer) uit Lat. cuprum: beide cuper en cuprum zijn afgel. van Gr. kúpros, naam van ’t eiland Cyprus, van waar de Romeinen koper kregen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

koper ‘metaal’ (Latijn cyprum)

E. Sanders (1995), Geoniemenwoordenboek, Amsterdam

Koper komt van Cyprus, waar al in 1500 v.Chr. kopermijnen waren. Aanvankelijk sprak men in het Latijn van aes Cyprium, ‘Cyprisch erts’. Later werd dit cuprum of coprum. Wij leenden dit woord halverwege de 13de eeuw.

P.H. van Laer (1949), Vreemde woorden in de natuurkunde, Groningen/Batavia.

Cuprum (Cu, 29). (Lat.; ook cýprum; = Lat. aes Cýprium = Gr. χαλκός Κύπριος (chalkós Kýprios) = erts van Cyprus; hiervan ook afgeleid het Ned. koper). Sinds voorhistorische tijden bij de oude volkeren van Azië en Egypte bekend. Het werd veel gebruikt voor het maken van brons. Er waren ong. 1500 v. Chr. kopermijnen op Cyprus; vandaar de naam.

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Koper, uit ’t Lat. cuprum, van ’t Gr. Kupros (Lat. Cyprus) = eiland in de Middell. Zee. (Vgl. ’t Lat. Cyrus met ’t Gr. Kuros.)

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

koper ‘metaal’ -> Ewe kablì, akablì ‘metaal’ (uit Nederlands of Deens); Gã akòble ‘metaal’ (uit Nederlands of Deens); Twi kabere ‘metaal’ (uit Nederlands of Deens); Negerhollands koper, kopu ‘metaal; koperen suikerpan; cent’; Papiaments koper ‘metaal’; Sranantongo kopro ‘metaal (brons); bronzen’; Saramakkaans koopo ‘metaal’ ; Arowaks koporo ‘metaal’; Karaïbisch kopolo ‘metaal’ ; Sarnami kopro ‘metaal’; Surinaams-Javaans kopro ‘metaal; van koper of brons’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

koper metaal 1240-1260 [CG I1, 68] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal