Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

komkommer - (langwerpige vrucht (Cucimus sativus))

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

komkommer zn. ‘langwerpige vrucht (Cucimus sativus)’
Mnl. cucumer in saet ... van cucumer ende van mellonen ‘zaad van komkommer en meloenen’ [ca. 1460; MNW cucumer]; vnnl. concommeren (mv.) [1510; WNT uw I], comcommeren (mv.) [1598; WNT pompoen].
Ontleend aan Frans concombre ‘komkommer’ [1256; TLF], eerder ook al komkobre [1100; Rey]. Concombre is met aanpassing van de eerste lettergreep aan de tweede door invoeging van een nasaal ontstaan uit cocombre [1256; TLF], ontwikkeld uit vulgair Latijn cucumer, nevenvorm van klassiek Latijn cucumis (genitief cucumeris) ‘komkommer, zeekomkommer’. De herkomst hiervan is niet zeker. Misschien is er, evenals bij klassiek Latijn cucurbita ‘kalebas, pompoen’ (zie → courgette), een samenhang met Grieks kúkuon, dat wrsch. ontleend is aan een Semitische taal.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

komkommer [langwerpige vrucht] {comcommer(e) 1515, vgl. cucumer 1201-1250} < frans concombre, oudfrans cucombre, cocombre, oudprovençaals cogombre < latijn cucumerem, 4e nv. van cucumis < grieks kukuon, geassimileerd uit sikuos, uit het semitisch, vgl. hebreeuws qiššū, akkadisch qisjsjû, soemerisch ukušj.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

komkommer znw. v., ouder-nnl. comcommere (1515) < fra. concombre < ofra. cocombre < lat. cucumis.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

komkommer znw., 1515 comcommere v. Uit fr. concombre (ofr. cocombre), dat op lat. cucumis (gen. -eris) teruggaat. In verschillende vormen ook in het Du. en Eng. ontleend.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

komkommer v., uit Fr. concombre van Lat. cucumerem (-is) + Gr. kúkuon, kukúiza.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

komkom’mer: wilde komkommer (de, -s), (weinig gebr.) 1. kleine klimplant met ruw behaarde, hoekige stengels en drielobbige bladeren, tropisch Amerikaans; S koendroe (Cucumis anguria, Meloenfamilie*). Langzaam () bereikt hij het met wilde komkommers en gras begroeide zand van het voorerf* (Vianen 1971: 72). - 2. de ovale, zacht gestekelde, tot 5 cm lange, eetbare vrucht van deze plant. - Etym.: Verwant aan de komkommer. - Opm.: Volgens Enc.NWI (250) onder dezelfde naam ook bekend op de Ned. (Benedenwindse) Antillen.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

komkommer (Frans concombre)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

komkommer ‘langwerpige vrucht’ ->? Duits dialect Kumkummer ‘langwerpige vrucht’; Ambons-Maleis dialect kòmorkòmor ‘langwerpige vrucht’; Munsee-Delaware kòmkómǝš ‘langwerpige vrucht’; Unami-Delaware kúkumǝs ‘langwerpige vrucht’; Loup kemegom ‘langwerpige vrucht’; Mahican kumkumsch ‘langwerpige vrucht’; Negerhollands kongkomber ‘langwerpige vrucht’ (uit Nederlands of Engels); Papiaments kònkòmber (ouder: komkomber) ‘vrucht van de Cucumis sativus, alsmede die van de Cucumis anguria’; Sranantongo komkomro, konkomro ‘langwerpige vrucht’; Aucaans komoekomoe ‘langwerpige vrucht’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

komkommer langwerpige vrucht 1515 [MNW] <Frans

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1230. De komkommertijd,

d.w.z. de slappe tijd, waarin weinig zaken gedaan worden, dus in de maand Augustus, als de komkommers rijp zijn en de handel over het algemeen niet zeer levendig is (zie o.a. Nest 24); Villiers, 65; hd. die sauregurkenzeit; eng. the cucumber-time (anno 1700F. Kluge, Wortforschung und Wortgeschichte, 115; Franck-v. Wijk, 334.); the big-gooseberry time.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut