Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

komijn - (plant uit de schermbloemenfamilie (Cuminum cyminum); zaadjes van deze plant)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

komijn zn. ‘plant uit de schermbloemenfamilie (Cuminum cyminum); zaadjes van deze plant’
Mnl. comin ‘komijn(zaad)’ [1240; Bern.], comijn ‘id.’ [1287; CG II].
Ontleend aan Oudfrans comin [voor 1188; Rey] (Nieuwfrans cumin), ontwikkeld uit Laatlatijn cominum, nevenvorm van klassiek Latijn cumīnum ‘komijn’. Dit woord is ontleend aan Grieks kúmīnon ‘id.’, reeds Myceens ku-mi-no, dat uit een Semitische taal afkomstig is: verwante Semitische woorden zijn Arabisch kammūn en Hebreeuws kammōn.
Evenzo ontleend zijn: ohd. kumīn (mhd. kumin) naast kumil (nhd. Kümmel, zie → kummel); oe. cymen (maar ne. cumin door herontlening aan het Frans); nzw. kummin (waaruit door ontlening Fins kumina).
De komijnplant is inheems in Zuid-Europa en het zaad ervan was al in de oudheid een bekende smaakmaker. Ook in Zuid-Amerika en Azië wordt komijn in de keuken gebruikt. Het zaad is in Nederland ook bekend onder de naam djinten of djintan, een leenwoord uit het Maleis. Het moet niet verward worden met → karwij, dat juist een Midden- en Noord-Europees product is.
Lit.: Philippa 1991, 23-24

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

komijn [plantengeslacht, zaad daarvan] {comi(j)n 1201-1250} < oudfrans comin [idem] (vgl. kummel).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

komijn znw. m., mnl. comijn, camijn, comin < ofra. comin < lat. cuminum < gr. kúminon. Daarentegen stammen rechtstreeks uit het lat: mnd. komen, kamen, ohd. kumin en kumil (nhd. kümmel), oe. cymen. — Het gr. woord stamt uit het semietisch, vgl. hebr. kammōn, arab. kammūn, aram. kammōnā < assyr. kamūnu (Lokotsch Nr. 1046).

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

komijn znw., mnl. comijn (camijn, comin). Uit ofr. comin > lat. cumînum, gr. kúmīnon, oorspr. sem. (arab. kammûn). Direct uit het Lat. komen ohd. (ook os.?) kumin m., ook reeds kumil (nhd. kümmel), mnd. kōmen, kāmen (komîn, kamîn uit het Fr. of Ndl.), ags. cymen m.o. (eng. cummin uit ’t Fr. of onder fr. invloed) “komijn”.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

komijn. Bij de rechtstreeks uit het lat. ontleende vormen adde: owvla. (herb.) cimmin ‘komijn’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

komijn v., Mnl. comijn, uit Ofra. comin (thans cumin), van Mlat. cuminum, hetwelk van Gr. kúminon, en dit van Hebr. kammon. Het Ohd. had nevens kumin ook kumil, van waar Nhd. kümmel.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

komyn s.nw.
1. Eenjarige kruidgewas uit die Middellandse Seegebied met smal, langwerpige deelvruggies wat 'n eteriese, welriekende olie lewer. 2. Aromatiese saad van die komyn (komyn 1) wat as spesery, o.a. in kaas, gebruik word.
Uit Ndl. komijn (al Mnl.).
Ndl. komijn uit Oudfrans comin, cumin uit Latyn cuminum uit Grieks kuminon wat teruggaan op Hebreeus kammon.
Eng. cumin (ongeveer 897).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

komijn (Oudfrans comin)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

komijn ‘plantengeslacht; zaad daarvan’ -> Gã komi ‘plantengeslacht; zaad daarvan’ (uit Nederlands of Deens); Japans † komein ‘plantengeslacht, Cuminum cyminum’; Negerhollands komin ‘plantengeslacht; zaad daarvan’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

komijn plantengeslacht, zaad daarvan 1240 [Bern.] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut