Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kolos - (reusachtig groot voorwerp of persoon)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kolos zn. ‘reusachtig groot voorwerp of persoon’
Vnnl. colos ‘reusachtig beeld’ in colos van koper ‘groot bronzen standbeeld’ [1597; WNT], ook colossus ‘id.’ in het eylandt Rhodos, daer noch ...(de) wonderbaerlijcke Colossus [ca. 1650; WNT toon I]; nnl. colos, kolos ‘reusachtig mens’ in een colos met holle en schielijke ogen ‘een reusachtig mens met schichtige ogen’ [1780; WNT], ‘reusachtig ding’ in op de aanlegplaats lag de kolos (een stoomschip) [1878; Groene Amsterdammer].
Ontleend, mogelijk via Frans colosse ‘reusachtig standbeeld’ [15e eeuw; TLF], ‘reusachtig voorwerp’ [1666; TLF], aan Latijn colossus, dat zelf ontleend is aan Grieks kolossós ‘gigantisch standbeeld’, een woord dat geen duidelijke Indo-Europese verwanten heeft en dus wellicht ontleend is aan een niet-Indo-Europese taal in het gebied rond de Egeïsche Zee.
De Griekse schrijver Herodotus gebruikte kolossós om Egyptische standbeelden te beschrijven, later werd het vooral gebruikt voor het standbeeld van Apollo op Rhodos, de kolos van Rhodos. Naar aanleiding van het verhaal over de droom van Nebukadnezar in het bijbelboek Daniël 2, wordt kolos met lemen voeten gebruikt in de betekenis ‘iets groots met wankele grondslag’: de kolossus met de leemen voet ‘Rusland’ [1875; WNT leemen I], kolos op lemen voeten ‘China’ [1965; WNT reputatie].
kolossaal bn. ‘reusachtig’. Nnl. colossaal, kolossaal ‘groot van afmetingen, omvangrijk’ in een groot colossaal ... lichaam [1795; WNT zwaar I], overdrachtelijk ‘groots, belangrijk’ in het kolossale werk van prof. L. [1838; WNT]. Ontleend aan Frans colossal ‘reusachtig’ [voor 1596; TLF], afleiding van colosse.
Lit.: J. Engelsman (2004), Bekende citaten uit het dagelijks taalgebruik, Den Haag, 379-381

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kolos [lichaam, zaak van grote afmetingen] {1597} < latijn colossus [reusachtig beeld, kolos] < grieks kolossos [standbeeld van enorme afmetingen]; een voor-gr. woord; aanvankelijk betekende het gewoon ‘figuur’, maar door de kolossos van Rhodos kreeg het woord de betekenis ‘zaak van grote afmetingen’.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kolos znw. m., eerst nnl. < lat. colossus < gr. kolossós ‘reuzenstandbeeld op Rhodos aan de zonnegod gewijd’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kolos znw., nog niet bij Kil. Internationaal woord, op lat. colossus < gr. kolossós teruggaand (speciaal = de kolos op Rhodos., aan den zonnegod gewijd).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

klosse, zn. v.: zwaarlijvige vrouw. Door verdoffing van de eerste o < Fr. colosse ‘kolos’. Maar het kan overdr. gebruikt zijn en teruggaan op Mnl. closse ‘bal, klomp’, Vroegnnl. klos, kloot ‘globus, sphaerula’ (Kiliaan).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kolos (Latijn colossus)

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

kolos, kolossaal, kolossus; reusachtig menselijk lichaam; een zaak van zeer grote afmetingen
Kolos is al een oud woord. Men veronderstelt dat het een voor-Grieks, Westaziatisch woord is dat ‘beeld’ of ‘beeldje’ betekende. Het kwam als kolossos in het Grieks terecht en vervolgens als colossus in het Latijn. De betekenis die wij nu aan dit woord toekennen houdt echter direct verband met de Kolossos van Rhodos, een 33 meter hoog standbeeld dat tussen 304 en 292 v.Chr. werd gebouwd door de Griekse beeldhouwer Chares van Lindos. Al in de oudheid werd het tot de zeven wereldwonderen gerekend.
Over het standbeeld is weinig met zekerheid bekend. Bij de oude schrijvers wordt het zestien keer genoemd. De voornaamste bronnen zijn Strabo, Plinius de Oudere en Philo van Byzantium. Vanaf de 15de eeuw hebben velen zich over het standbeeld uitgelaten. De opvattingen van al deze schrijvers zijn geanalyseerd door de Franse oudheidkundige A. Gabriel, die er in 1932 een gezaghebbend artikel over schreef. Samen met latere literatuur wordt dit artikel door Reynold Higgins samengevat in The Seven Wonders of the World (Londen 1988).
De Kolossos van Rhodos werd in de buurt van de haven opgericht uit dankbaarheid voor de bevrijding van een langdurig beleg door Demetrius Poliorcetes in 305 v.Chr. Demetrius liet al zijn oorlogstuig achter en uit de opbrengst daarvan werd het beeld bekostigd.
Volgens Plinius werkte men twaalf jaar aan het standbeeld. Het werd opgetrokken uit brons en ijzer en was gevuld met stenen. Het stelde Helios voor, de beschermgod van Rhodos. Volgens de Griekse werktuigbouwkundige Philo van Byzantium werd het vanaf de voeten opgebouwd. Het beeld werd omgeven met een enorme berg aarde, waarna het volgende deel erop werd gegoten.
Hoe het beeld er precies uit heeft gezien is niet bekend. De Italiaanse pelgrim De Martoni, die Rhodos in 1394 -1395 bezocht, verkondigde als eerste dat het beeld volgens de overlevering wijdbeens over de haven van Rhodos had gestaan. In die pose is de Kolossos talloze malen afgebeeld, in de 16de eeuw door onder anderen Maerten van Heemskerck.
De Franse historicus Gabriel toonde echter aan dat de benen van het standbeeld in dat geval 400 meter uit elkaar moeten hebben gestaan. Volgens hem stond het beeld gewoon rechtop, met een speer naast zich en een fakkel in de geheven rechterhand. Het hoofd van Helios - de zonnegod - zou zijn omgeven door zonnestralen.
De Kolossos van Rhodos was het grootste standbeeld van zijn tijd. Het was waarschijnlijk geïnspireerd door de enorme Egyptische beeldhouwwerken, die door Herodotus (ca. 485 - ca. 425 v.Chr.) voor het eerst werden aangeduid als kolossen. Op zijn beurt liet de Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi zich door de Kolossos van Rhodos inspireren toen hij in 1885 uit brons het 46 meter hoge Amerikaanse vrijheidsbeeld maakte. Na een jaar of zestig te hebben gestaan, viel de Kolossos van Rhodos in 224 v.Chr. ten prooi aan een aardbeving. Volgens Strabo brak hij ter hoogte van de knieën af. Ptolemeus III van Egypte bood onmiddellijk aan hem te laten herstellen, maar volgens de Rhodiërs was dit hun door het orakel van Delphi verboden. Het beeld bleef bijna 900 jaar liggen totdat Rhodos in 654 n.Chr. door Arabieren werd geplunderd. Volgens de overlevering hadden zij 900 kamelen nodig om de brokstukken van de Kolossos te vervoeren.
In het Frans is het woord kolos voor het eerst geboekstaafd in 1495, in het Engels in 1561, in het Duits in 1583 en in het Nederlands in 1597. De afleiding kolossaal is aan het Frans (colossal) ontleend en duikt pas in de 19de eeuw in het Nederlands op; na de Tweede Wereldoorlog was dit een tijdlang een modewoord. In juli 1987 meldde het Griekse ministerie van koopvaardij vol trots dat duikers uit de haven van Rhodos naar alle waarschijnlijkheid de vuist van de Kolossos hadden opgevist: een ruig brok steen met drie gebroken vingers. Het standbeeld was ‘langs telepathische weg’ gelokaliseerd door Anna Dankbaar, een medium van Nederlandse afkomst uit Australië. Twee dagen later bleken de sporen in de steen te zijn veroorzaakt door een baggerwerktuig.
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kolos lichaam of zaak van grote afmetingen 1597 [WNT] <Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut