Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koffieboon - (vruchtenpit van de koffieboom)

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

koffieboon: (racistisch) kleurling. Voetbaltrainer Fritz Korbach gebruikte het woord in een interview in 1990. Vgl. blauwe*; roetmop*. Fransen gebruiken o.a. de term bamboula.

Als een opmerking hem niet aanstaat, zegt hij dat meteen. Meestal is het grappig bedoeld, niet serieus. Dan zegt een student tegen hem: ‘Hé koffieboon.’ ‘Dat kwetst me niet,’ vertelt hij. (Vrij Nederland, 13/04/1985)
Rotneger, koffieboon – vast een ‘slip of the tongue’ van een leerling-journalist. (Vrij Nederland, 01/12/1990)
Die andere, die koffieboon van PSV (Romario) verziekt het spel alleen maar. (Het Parool, 15/12/1990)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut