Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koets - (bed)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koets2 [bed] {coetse 1351-1400} < frans couche, van coucher (vgl. koetsen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koets 2 znw. v., in uitdrukkingen als naar de koets, verouderd ‘bed, huwelijksbed’, mnl. coetse ‘legerstede’, mnd. kūtze, kūsse ‘bed, ligplaats’ < fra. couche ‘ligplaats, bed’, afl. van coucher < lat. collocare ‘plaatsen, zetten’.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

koets 2 v. (bed), Mnl. coetse, uit Fr. couche = leger, verbaalabstr. van coucher, Lat. collocare = leggen, van cum (z. ge-) en locare, denom. van locus = plaats (Fr. lieu).

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1232. Naar (de) kooi gaan,

d.w.z. naar bed gaan; hd. in die oder zu(r) Koje gehen (Schrader, 292; Kluge, Seemansspr. 469); oostfri. to kôi gân; eene zeemansuitdrukking. Onder de kooi verstaat men de slaapplaats voor scheepsgasten; vgl. Kiliaen, 310: Koye int schip, cubile nauticum, lectulus nautae; Winschooten, 118; Huygens, Scheepspraet, 17: Mouringh was te koy ekropen; vgl. Halma, 280: Gaa naar kooi, couchez vous. Synonieme uitdrukkingen zijn: in de mat kruipen (De Vries, 83Vgl. fri. matte, duivenhok, nachthok voor kippen.); te vak goan (Molema, 439); naar zijn nest naar de koetscoupé gaan (Jong, 178), naar de couché gaan, naar den koffer (fr. aller dans son nid), zijn mandje, zijn koets gaan, den poetszak ingaan, gaan (Köster Henke, 35), op den koffer kruipen; ook koffertje (zie Peet, 131), in zijne pijp kruipen (Antw. Idiot. 961; De Bo, 856) en naar de pijp gaan (in Gelderland, Gallée, 93 b en in Limburg, Welters 107), waarbij men bedenke, dat de woonplaats van wilde konijnen, dassen en vossen eene pijp genoemd wordt; naar zijne douw (wieg?), zijne schelp gaan (Schuerm. 103 a); in Limburg: tusschen de schummele (= schimmels, witte paarden) goân; in Groningen in 't vijrkant goan (Molema, 463 b); fri.: op 't fjouwerkant gean; op 'e prikke gean; naar zijnen eemer gaan (Antw. Idiot. 394); naar Bethlehem gaan (vgl. Paffenr. 70: Zijn kwartier te Bethlehem nemen), woordspeling met bed (Antw. Idiot. 221; 't Daghet, XII, 142); naar Betje van Veeren (in de Lakenstraat) of naar Kaatje in de Wolstraat gaan; naar Betje Bultzak gaan (Harreb. II, LXXXII); in (of onder) de wol kruipen (Onze Volkstaal II, 120); naar de Vierhoekstraat gaan; de klossebak ingaan (Boekenoogen, 458). In Zuid-Nederland: naar zijn bak (vgl. hd. Penne), zijn kooi, zijn keet, zijn pier (zie Ndl. Wdb. XII, 1564), zijn kevie, zijn sjees gaan; in zijnen polder kruipen; dodo gaan; vgl. hd. in die Federallee spazieren, in die Federredoute gehen, ins Federfeld springen, sich nach Federhausen verfügen, nach Lagerhausen oder Bethlehem gegen, nach Posen umsehen (Schrader, 313); in die Falle oder die Klappe gehen, nach Interlaken reisen; fr. se mettre entre deux draps, dans les toiles; aller au pieu; se coller dans le pieu; eng. to get between the blankets (or sheets); to go to the land of Nod; to go to Bedfordshire; to fluke.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut