Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koest - (stil)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

koest bn. ‘stil’
Nnl. eerst als tussenwerpsel koes, koest, koestem ‘stil, rustig!’ in koes daar, jou lompe beer [ca. 1720; WNT], koestme, zeg ik ‘stil, zeg ik’ [1722; WNT], tegen een hond koest, Turk, koest! [1878; Groene Amsterdammer], dan ook als bn. ‘stil, rustig’ in wanneer je je eigen koest houdt [1880; WNT].
Net als Duits kusch oorspr. een commando tot dieren, vooral honden, ontleend aan Frans couche toi, couche ‘ga liggen’, gebiedende wijs van het ww. se coucher ‘gaan liggen, gaan slapen’, coucher ‘leggen’ uit Latijn collocāre ‘leggen, plaatsen’, zie → couchette.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koest [rustig!] {1722} van frans couche-toi [ga liggen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koest dial. ook koes is evenals nhd. kusch < fra. couche (toi)! Oorspronkelijk een term in de franse hondenjacht, waarmee de honden er toe gebracht werden stil te gaan liggen.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

koest tusschenw. In veel diall. koes. In verschillende vormen ook hd. en ndd., vgl. vooral Leipzigsch kauz dich tegen kinderen die slapen moeten, fri. koes-ty “koest”, ook het ww. koese soms refl. “gaan liggen, aangenaam, warm liggen” Uit fr. couche!, couche-toi! (coucher > lat. collocâre). Zie koesteren.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

koes, koest tuss., uit Fr. couche(-toi),d.i. leg u neer, waarin couche = 2e p. enk. imper. van coucher = leggen (z. koets 2) en toi = accus. van tu (z. du).

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

koest (Frans couche-toi)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Koest! van ’t Fr. couche-toi = slaap! leg je neer! stil!

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

koest ‘rustig’ -> Fries koes ‘rustig’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

koest tussenwerpsel: rustig! 1722 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1219. Zich koes(t) (of koestem houden,

d.w.z. zich stil houden, zwijgen; in Antw. zijn eigen gewrongen, genepen, smal houden (Antw. Idiot. 491; 1129). Dit bijw. koes(t) is hetzelfde woord als het tusschenwerpsel koes(t)!, dat ontleend is aan het fr. couche! couche toi! en ook stil! beteekent. In het dial. duitsch zegt men eveneens sedert de 17de eeuwSchulz, 416: Kusch! daneben auch im 17ten Jahrh. couché machen, und couchen. kutsch! en kusch!; in Leipzig kauz dich tegen de kinderen die slapen moeten; fri. koes-ty; Molema, 535: koes die; in Zuid-Nederland: houd u koes, koesde, koest u, koeste, koeskes, koeskies, koezekes, koezekies (De Bo, 550; Schuerm. 272; Waasch Idiot. 360 b; Antw. Idiot 1832; Teirl. II, 163 en Hoeufft, 313); fri. him koes hâlde. Vgl. ook zich sus houden (De Jager, Frequ. I, 738); zich duuk houden (in Landl. 57; 166; 178); zich smok houden (De Vries, 96); hem piet houden (Claes, 184); zich gedekt houden, zich kalm houden, niets zeggen, ook wel op zijn hoede zijn (eig. zich binnen de beschutte plaats houden, waar men is); zie Köster Henke, 19; B.B. 80; 137; Nkr. V, 17 Oct. p. 2; 26 Febr. p. 2; Ndl. Wdb. III, 2377.(Aanv.) Nest, bl. 61: Hein, houd je nu koestem; bl. 100: Als hij dan nog niet koestem is.)

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut