Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

koeioneren - (bedillen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

koeioneren [bedillen] {1682} < frans coionner [voor gek zetten] < italiaans coglionare [uitlachen, bespotten], van coglione [testikel, fig.: uilskuiken, ‘zak’] < latijn coleus, culeus [zak, testikels] (vgl. kul).

P.H. Schröder (1980), Van Aalmoes tot Zwijntjesjager, Baarn

koejeneren

Iemand koejeneren wil zeggen: iemand treiteren, pesten, het leven zuur maken. De officiële schrijfwijze is: koeioneren, maar hét is een woord dat hoofdzakelijk in de spreektaal wordt gebezigd en vandaar dat de schrijfwijze zich richt naar de uitspraak. Wij hebben hier te maken met een op z’n Nederlands uitgesproken Frans werkwoord couilloner, in ouder Frans coionner: foppen, op gemene, hatelijke wijze de spot drijven, op kwellende wijze bejegenen, nadeel toebrengen, knauwen. Het grondwoord is coion, Italiaans coglia, dat behalve testikel ook betekent: fat, gek, lafaard, sufferd. Ook in het Duits komt het woord voor in de vorm kujonieren.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

koejoneren ww., sedert de 17de eeuw < fra. coionner ‘foppen, gemeen schertsen’, afgeleid van coion ‘lafaard’ (sedert de 16de eeuw) < ital. coglione < vulg. lat. coleone ‘gecastreerde’, vgl. lat. coleus ‘balzak’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

koejonneeren ww., nog niet bij Kil. Uit fr. coïonner (van coïon “lafaard” < lat. *côleo van côleus “balzak”). Ook in ’t Nhd. ontleend.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

koejenere (ww.) treiteren; Nuinederlands koeioneren <1682> < Rienlands kujonieren.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

koeioneren (verouderd Frans coïonner)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

koeioneren bedillen 1682 [WNT] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut