Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

knurft - (stommeling)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

knurft* [stommeling] {na 1950} variant van knurf [knobbel, kraakbeen, bonk].

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

knurft: (jeugdtaal, verouderd) ruw, lomp persoon; hufter*. Jaren zestig. Betekent eigenlijk ‘stuk been; kluif’. Stoett geeft knurf als synoniem voor ‘mep’ (zie art. 1502). Volgens Endt (1974) is knurf een scheldwoord voor een provinciaal. In Leiden komt knurf ook voor als een koosnaampje voor een ‘mollig, klein kind’. Zie ook boerenknurft*.

… toen daar opeens die knurft van een Evert de boel in ’t honderd schopte. (Vis, Gerucht, 1947)
Gelukkig maar dat niet veel mensen denken zoals knurfts, anders was Nurckx ook al lang omgekomen, ‘hetzij door ondervoeding, hetzij een gewelddadige dood’. (Hitweek, 25/10/1968)
Stelletje onnozele knurften. (Armand, Wat muziek, 1978)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

knurft* stommeling 1947 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut