Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

knoop - (verbinding)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

knoop zn. ‘verbinding’
Mnl. cnop o.a. ‘knoop’ [1240; Bern.], cnoop in dat ijar daer hi die corde metten knopen begordt in hadde ‘het jaar waarin hij het koord met de knopen had omgedaan (= monnik was geworden)’ [1265-70; VMNW], Enen halsbant claer guldijn. Die rinc entie cnoop daer ane ‘een halsband van zuiver goud. De ring en de knoop daaraan’ [1350-1400; MNW-R], ic sal u den cnoep ontcnopen [1300-50; MNW-R] (in een handschrift uit 1400 cnop); vnnl. knoop ook ‘rond schijfje aan een kledingstuk e.d., dienend als sluiting of verbinding met een ander voorwerp’ in veters, gaeren, knoopen, ... ende dier gelycke kleenigheden [1642; WNT]; nnl. knoop ‘snelheidsmaat voor schepen’ in wij loopen zooveel (bijv. 7) knoopen [1843; WNT].
Het woord is een van de vele woorden met kn- voor ‘verdikking, verdikt uitsteeksel’ zoals beschreven onder → knot. Zie verder → knop.
Mnd. knōp ‘knoop (verbinding); bloemknop’; mhd. knauf ‘zwaardknop’ (nhd. Knauf); nfri. knoop.
Als term in de zeevaart staat knoop voor een vaarsnelheid van 1 zeemijl (ca. 1852 m.) per uur en is het wrsch. een leenvertaling van Engels knot ‘knoop’. De term verwijst naar de op gelijke afstanden aangebrachte knopen aan de zogenaamde loglijn, in het Nederlands meestal minuutlijn geheten (vnnl. minut-lijn [1671; Witsen]); het aantal knopen dat bij het vieren van deze lijn gedurende een bepaald tijdsinterval passeerde, gaf de snelheid van het schip aan.
knopen ww. ‘met knopen dichtdoen; knopen leggen’. Mnl. cnopen ‘samen- of vastbinden’ [1240; Bern.], enen wijl ... omtrent den hals geknochtt ‘een sluier om de hals geknoopt’ [1265-70; VMNW]. Afleiding van knoop. De Middelnederlandse verleden tijd en verl.deelw. (ghe)knocht, waarvoor zie → kopen, is vervangen door de regelmatige vormen (ge)knoopt. Daarnaast bestond ook mnl. cnoppen ‘knopen’ als afleiding van mnl. cnop.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

knoop* [ronde sluiting aan kleding] {cnope, cnoop [knoop, knobbel, knop] 1265-1270} ablautend naast knop.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

knoop znw. m., mnl. cnoop m. v. ‘knoop, verband, knobbel, gewricht, knop, klomp’, mnd. knōp m. ‘knoop, knop, knobbel, knevel’, mhd. knouf m. ‘knop van zwaard; bol op toren’ (nhd. knauf), ofri. knāp ‘knoop, knop’ < germ. *knaupa- naast *knŭpa-. — De germ. woorden hebben een p, waarmee het woordbegrip versterkt wordt; in het idg. vinden wij iers. gnobh ‘houtknoest’, lit. gníaubti ‘omvatten, omarmen’. Maar het kan een spontane formatie binnen het germ. zijn. — Zie ook: knop.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

knoop znw., mnl. cnoop m. (v.) “knoop, verband, knobbel, gewricht, knop, klomp”. = mhd. knouf m. “knop op een zwaard, bol (op een toren)” (nhd. knauf), mnd. knôp m. “knoop, knop, knobbel, knevel”, ofri. knâp (in samenst.) “knoop, knop”. Knoop, germ. *knaupa- : knop = kloot : hd. klotz.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

knoop m., Mnl. cnoop + Mhd. knouf (Nhd. knauf), Ofri. knáp: met enkele p na langen klank, uit pp = ƀn: z. knop.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

knoup (zn.) knoop; Vreugmiddelnederlands cnop <1240>.

Thematische woordenboeken

P.G.J. van Sterkenburg (2001), Vloeken. Een cultuurbepaalde reactie op woede, irritatie en frustratie, 2e druk, Den Haag

knoop. Zowel in Antwerpen als in Oost-Vlaanderen gebruikt men in geval van boosheid de verwensing loop naar de knopen, knoppen! Letterlijk zou dat kunnen betekenen ‘loop naar plaatsen waar zich verwikkelingen voordoen’, in geval wij uitgaan van knopen, of ‘loop naar het verderf’ als knop het uitgangspunt is. De emotionele betekenis is ‘ik ben woedend, ik veracht je en wil je niet meer zien, maak nu maar gauw dat je wegkomt’. Opgetekend door Mullebrouck (1984) . → vallen, waaien.

P.H. van Laer (1964), Vreemde woorden in de sterrenkunde, 2e druk, Groningen

Knoop Vert. v. Lat. → nodus en van Gr. σύνδεσμος (syndesmos) = knoop, verbinding; astr. snijpunt van aequator en ecliptica of van ecliptica en de schijnbare banen van maan of planeten. De algemene betekenis is: snijpunt van de baan van een planeet, komeet of maan met het vlak van de aardbaan. Men onderscheidt klimmende knoop (Ω) en dalende knoop (Ʊ). Is het hemellichaam de eerstgenoemde gepasseerd, dan bevindt het zich boven, d.w.z. aan de noordzijde van het ecliptica-vlak.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

knoop ‘ronde sluiting aan kleding’ -> Gã klope, kloppè ‘ronde sluiting aan kleding’; Zoeloe inkinobhu ‘ronde sluiting aan kleding’ ; Shona konobo ‘ronde sluiting aan kleding’ ; Indonesisch kenop, kenup ‘ronde sluiting aan kleding’; Ambons-Maleis knop ‘ronde sluiting aan kleding’; Javaans kenup ‘(los) knoopje’; Kupang-Maleis kenop ‘ronde sluiting aan kleding’; Menadonees kenop ‘ronde sluiting aan kleding’; Rotinees kanòk ‘ronde sluiting aan kleding’; Ternataans-Maleis kenop ‘ronde sluiting aan kleding’; Creools-Portugees (Batavia) knoop ‘ronde sluiting aan kleding’; Creools-Portugees (Malakka) kănóp, guenop ‘ronde sluiting aan kleding’; Munsee-Delaware kǝnó:p ‘ronde sluiting aan kleding’; Unami-Delaware kǝnó:p ‘ronde sluiting aan kleding’; Negerhollands knop, knoop, kanōp, konōp, konōbǝ ‘ronde sluiting aan kleding’; Berbice-Nederlands kunopu ‘ronde sluiting aan kleding’; Papiaments kònòpi ‘ronde sluiting aan kleding’; Sranantongo knopo ‘ronde sluiting aan kleding’; Saramakkaans konopu ‘ronde sluiting aan kleding’ ; Arowaks konopo ‘ronde sluiting aan kleding’ ; Karaïbisch konopu ‘ronde sluiting aan kleding’ .

knoop ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’ -> Deens knob ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors knop ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds knop ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’; Fins knuupi ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’ ; Ests nööp ‘toegehaalde lus aan een touw’ (uit Nederlands of Nederduits); Russisch knop ‘toegehaalde lus aan een touw; eenheid waarin de snelheid van schepen wordt uitgedrukt’; Litouws knopas ‘toegehaalde lus aan een touw’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

knoop* ronde sluiting aan kleding 1265-1270 [CG Lut.K]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1202. Daar zit 'em de knoop,

d.w.z. daar zit de moeilijkheid, daar zit 'em de kneep, daar zit het vast, dat moet ontward, losgemaakt worden. Reeds in de middeleeuwen werd het ontbinden van een knoop als zinnebeeld gebruikt van het oplossen eener moeilijkheid; zooals in Wap. Mart. II, 145 en Rose, 4325. Vgl. verder Daniel V, 16: Van u hebbe ick gehoort, dat ghy uytleggingen cont geven, ende knoopen ontbinden; Anna Bijns, Refr. 163: Hier leyt den cnoop (hier komt het op aan); Hooft, Ged. I, 225: Hier is de knoop geleghen; Tuinman I, 233; V. Janus III, 10. Vroeger zeide men ook: daar liggen de mosselen (Marnix), daer licht de cloot (Everaert, 148); vgl. de. det er just Knuden; hd. da liegt der Knoten naast da liegt der Hund begraben, da liegt der Hase im Pfeffer, da stehen die Ochsen am Berge; oostfri. dâr sit de knüp (Dirksen II, 49); Afrik. daar's 'n knoop in die draad. In Zuid-Nederland volgens Joos, 96: daar ligt de knoop (Antw. Idiot. 1828; Waasch Idiot. 357 a) of weten waar de knoop ligt, weten wat er aan scheelt, wat moet gedaan worden; de zaak kennen (Teirl. II, 158); daar is 't peerd gebonden; daar ligt 't verken vast; eng. there lies the knot; that's where the drag is; de Franschen spreken eveneens van le noeud de l'affaire; c'est là que git le lièvre, en de Friezen: der sit de ein (het einde) fêst. Tuinman I, 367 meent te moeten denken aan den Gordiaanschen knoop (zie het volgende artikel), hetgeen niet noodig is, daar in het Latijn nodus in denzelfden zin als bij ons voorkomt (Otto, 244); vgl. ook no. 1203 en fri. dêr sit de oast (kwast in het hout; lat. nodus).

1203. Den (Gordiaanschen) knoop doorhakken,

d.w.z. een bezwaar door een krachtig besluit vernietigen, te boven komen; een besluit nemen dat aan alle aarzeling een eind maakt, zonder de moeilijkheid op te lossen. De uitdr. herinnert aan den knoop, door Gordius, een boer, die koning van Phrygië werd, zeer kunstig gelegd in de gareelen aan den disselboom van zijn wagen. Hij die dezen knoop kon losmaken, zou de wereldheerschappij verkrijgen. Alexander van Macedonië hakte hem met zijn zwaard door. Vgl. hd. den gordischen Knoten lösen; fr. trancher le noeud gordien; eng. to cut the (Gordian) knot. Zie Ndl. Wdb. III, 2974; 2984 (den knoop doorklinken; 17de eeuw); Harrebomée I. 252 a; Villiers, 64; Waasch Idiot. 357 a: den knoop deurhakken, tot een kloek besluit komen.

1204. Er een knoop op leggen,

d.w.z. met een vloek hetgeen men gezegd heeft als 't ware bekrachtigen, vastmaken; zie o.a. Harreb. I, 421; Zondagsbl. van Het Volk, 7 Maart 1914, p. 1 k. 3: Vooral één der agenten muntte uit in het vloeken en legde op bijna ieder woord den stevigen knoop: g.v.d. In de 18de eeuw: er een band op leggen of er stijve hoepels om leggen (Br. v. Abr. Bl. I, 79 en 278), waarvoor men in Braband nog gebruikt: er eenen band om leggen; in Aardenburg: er een kegg' (wig) op zetten (Noord en Zuid II, 317); in Zuid-Nederland: er eenen doorleggen of er eenen kraker bijzetten (Schuerm. Bijv. 20 a; 175 a; Teirl. II, 180); een knoop er rond leggen (Tuerlinckx, 331). In Willem Leevend VIII, 167: Knoopen van zyn rok laaten vallen; Harreb. I, 421: Hij laat eenige knoopen van zyn' rok vallen; Afrik. hy knoop baie. Hiermede is te vergelijken het fri.: der falt him wol ris in knoop fen 'e jas, holl. hij laat een knoop van zijn broek springen, waarnaast evenwel ook gezegd wordt: hy leit er in skippersknoop op; vgl. ook het fri. knopen draeije, vloeken; hd. einen Trumpf drauf setzen.(Aanv.) Er een keg op zetten komt in de 18de eeuw voor bij Tuinman I, 295; zie Ndl. Wdb. VII, 2027.

1205. Achter de knoopen hebben,

d.w.z. opgedronken (alcohol) of opgegeten hebben (zie Van Effen, Spect. XI, 117). In de 17de eeuw ook achter de knopen steken, opdrinken, o.a. Gew. Weeuw. III, 48 en vgl. Van Effen, Spect. IV, 40; XII, 88. Natuurlijk staat achter de knoopen gelijk met ‘in de maag’. Ook in Groningen kent men deze uitdr. voor (eenige fleschjes) geknapt, 17de eeuw gekraakt, hebben, of zooals men in Zuid-Nederland zegt: gekaduind of geknotst hebben (Schuerm. Bijv. 143; Antw. Idiot. 681; Molema, 534). In West-Vlaanderen kent men achter zijn krage, bachten zijn krage steken, in den zin van opeten, doorslikken (De Bo, 565); in het Zuid-Oostvlaamsch iet in zyn krage (hals) draaien, lappen of slaan (Teirl. II, 179); in zijn kamizool slaan (Tuerlinckx, 301); in ze gortse (fr. gorge?) sloon (Maastricht); achter zijn hemdrok steken (Goeree en Overflakkee), waarmede te vergelijken is het Ndl. er een achter zijn halsdoek knoopen in den zin van: een borrel nemen, syn. van het fri. ien achter 't fesje (vestje) of de knoopen gieten; hd. ein Glas hinter die Binde gieszen. In P.K. 21: Die kemediante-lui benne door de bank nogal van berg 'm maar weg achter je stropdas.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut