Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

knijf - (knipmes)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

knijf* [knipmes] {cnijf, cnief [lang en puntig mes] 1237} limburgs dial. ook kniep, nederduits knīf, hoogduits Kneif, fries kniif, oudengels cnīf (engels knife), oudnoors knīfr (vgl. knijpen).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

knijf znw. o. ‘knipmes’, mnl. cnijf, cnief ‘lang, puntig mes, ponjaard’, mnd. knīf, nhd. dial. kneif, fri. kniif, on. knīfr m. (> laat-oe. cnīf = ne. knife en fra. canif, vgl. AEW321). — Daarnaast staan nnl. dial. (Zeeland, N-Brab, Bommelerwaard) knijp, mnd. mhd. knīp. — Zie verder: knijpen en knippen.

In dit geval uit te gaan van idg. wt. *gneibh een afl. van *gen, waarvoor zie: knaap. Indien men met Falk ANF 41, 1925, 118 uitgaat van de bet. ‘gebogen mes’, dan kan men aan knik, dat van dezelfde wt. afgeleid is, denken.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

knijf o., Mnl. cnijf + Ndd. knif (waaruit Hgd. kneif), Ags. cníf (Eng. knife), On. knífr (Zw. knif, De. kniv); daarbij Mndd. knîp en ons knipmes: bij knijpen. Uit het Germ. komt Fr. canif.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

knijf ‘(gewestelijk) knipmes’ -> Sranantongo nefi ‘(knip)mes’ (uit Nederlands of Engels).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut