Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

knettergek - (helemaal gek)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

knetteren ww. ‘een scherp krakend geluid geven’
Vnnl. een groote vlamme, opgaende met veel knetterens en kraekens ‘een grote vlam, laaiend met veel geknetter en geknapper’ [1630; WNT], de donderslagen knetteren [1820; WNT].
Klanknabootsend werkwoord.
Mnd. kneteren (nnd. knitteren, vanwaar door ontlening nhd. knittern en nno. knitre); nhd. knattern; nfri. knetterje, knetsje; en zonder frequentatiefuitgang on. knetta (nno. knetta ‘knappen, tikken’).
Andere werkwoorden met een vergelijkbare klankstructuur zijn kneuteren ‘zingen (van vogels); mopperen’, zie → kneuterig, knoteren ‘id.’ [1599; Kil.]. Nader in betekenis staat het recente knisperen ‘een ritselend geluid maken’ [1941; WNT].
knettergek bn. ‘buitengewoon dwaas’. Nnl. dat hij “knettergek” was [1936; Groene Amsterdammer]. Samenstelling van knetteren en → gek, wellicht met de bijgedachte dat het iemand knettert in het hoofd.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

knettergek* helemaal gek 1953 [Aanv WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut