Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

knaak - (groot muntstuk, een rijksdaalder)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

knaak [rijksdaalder] {1689} wel te verbinden met rotwelsch Knök, Kneeks [taler]; etymologie onbekend.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

knaak (verouderd Duits Knack(er)?)

C.H.Ph. Meijer (1919), Woorden en uitdrukkingen verklaard door Dr. C. H. Ph. Meijer, Amsterdam

Knaak, in de z.g. dieventaal voor rijksdaalder. Querido: Jordaan 104: “Heit u weir tien knoàken ... in uwes beursie?”

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

knaak ‘groot muntstuk, rijksdaalder’ -> Fries knaak ‘groot muntstuk, rijksdaalder’; Sranantongo knaka ‘muntstuk’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

knaak groot muntstuk, een rijksdaalder 1689 [WNT] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut