Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kluizenaar - (heremiet)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

kluizenaar zn. ‘heremiet’
Mnl. eerst de vrouwelijke vorm in in een reclus ... en wijf die clusenersse was ‘in een kluis een vrouw die kluizenares was’ [1265-70; CG II], dan clusenare ‘kluizenaar’ [1276-1300; CG II]; vnnl. cluysenaer [1549; WNT vos I].
Afgeleid van cluse [1265-70; CG II], zie → kluis, met het achtervoegsel -(en)aar, zie → -aar.
Ohd. klūsināri (nhd. Klausner).

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kluizenaar [heremiet] {clusenaer [bewoner van een kluis] 1301-1400, vgl. clusenersse [bewoonster van een kluis] 1265-1270} van kluis, middelnederlands cluse [kluis, kluizenaarshut].

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kluis znw., mnl. clûse v> = ohd. chlûsa (nhd. klause), mnd. klûse v. “kluis, kluizenarij, bergengte”, ags. clûse v. “bergengte, ingesloten ruimte, gevangenis, grendel”. Uit mlat. clûsa, v. van het deelw. clûsus “gesloten”, — naast clausus. Het v. van clausus is ontleend als mhd. klôse v. “kluis”, welke vorm reeds ohd. was blijkens ohd. klôsinâri m. “kluizenaar”. Hiernaast sedert het Mhd. klûsenære (nhd. klausner) = mnl. clûsenâre, -ere (nnl. kluizenaar), mnd. klûsenere m. “id.”.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2007), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Supplement, Stellenbosch

kluisenaar s.nw.
1. (ongewoon) Bewoner van 'n kluis (kluis 1), veral iemand wat hom om godsdienstige redes van ander afsluit. 2. Iemand wat in homself gekeer is en afgesonderd lewe.
Uit Ndl. kluizenaar (Mnl. clusenare in bet. 1, 1655 in bet. 2), 'n afleiding van kluis (sien kluis 1). Eerste optekening in Afr. in Patriotwoordeboek (1902).
Vgl. hermiet.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kluizenaar ‘heremiet’ -> Fries kluzener ‘heremiet’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kluizenaar heremiet 1301-1400 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal