Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kloten - (zaniken, klieren)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kloten ww. (NN) ‘zaniken, klieren’, (BN) ‘bedriegen, pesten’. Nnl. in dieë jongen zit overal aan te klooten ‘... te knoeien’ [1900; WNT], gij wilt mij 'en bijte klooten ‘je wilt me een beetje voor de gek houden’ [1900; WNT], ‘zaniken, zeuren’ [1974; Koenen]. Afleiding van kloot.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Aarts (2017), Etymologisch Dictionairke vaan ’t Mestreechs, Maastricht

kloete (ww.) voor de gek houden, beetnemen; Nuinederlands klooten <1900>.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kloten ‘schuit met de klootstok duwen’ -> Duits dialect klootjen, klôtjen ‘schuit met de klootstok duwen’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut