Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klont - (kleine samenhangende massa)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

klont(er) zn. ‘vormeloze massa, homp’
Mnl. in eynen clont ... ghesmeet ‘tot één klont gesmeed’ [1430-50; MNW-P]; vnnl. klonte, klonter ‘vormeloze massa, homp’, klonter-melck ‘gestremde melk’ [beide 1599; Kil.].
Mnd. klunte ‘klont’; nfri. klonte, klûnte ‘id.’; < pgm. *klunta-. Hierbij mnl. clonteren ‘tot klonten worden’ (zie onder); vne. clunter ‘id.’; en met een afwijkende betekenis nnd. kluntern ‘lomp en met hard geluid lopen’.
Wrsch. een genasaleerde variant van → kloot. Minder wrsch. is verband door ablaut met pgm. *klinta-, waaruit on. klettr ‘bergtop, heuvel’ (nzw. klint) en door ontlening aan een Noord-Germaanse taal nnd. klint en me./ne. clint ‘kalksteenrotsblok’.
klonteren ww. ‘tot klonten worden’. Mnl. clonteren ‘id.’ in tgeclonterde bloet ‘het gestolde bloed’ [1351; MNW-P], ook de afleiding verclonteren in dat bloet [is] verdict ende verclontert [1351; MNW-P], ook overdrachtelijk in soe clonteren si ghemeen ende werden twee ... een ‘zo verbinden zij (de twee minnenden) zich aan elkaar en worden twee één’ [1374; MNW-R]. Wrsch. afleiding van klont met een frequentatiefachtervoegsel.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klont* [kleine samenhangende massa] {clont 1477} middelnederduits klunte, fries klonte; genasaleerde vorm van kloot.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

klont znw. m., mnl. clont m. ‘klomp, klont, hoop’, mnd. klunte ‘klomp’, fri. klonte ‘klont, kluit’. — Het op zo beperkt gebied voorkomend woord zal wel een jonge formatie zijn en kan bezwaarlijk op een idg. grondvorm teruggevoerd worden, al past het geheel in de woordgroep die onder kalf 1 behandeld is.

Formeel kan klont op tweeërlei wijze verklaard worden: 1. als ablautsvorm naast germ. klinta vgl. on. klettr m. ‘bergtop, heuvel’ (vgl. AEW 316), dat echter alleen noordgerm. is, daar nnd. klint en me. clint ontleend zullen zijn. — 2. als genasaleerde vorm uit germ. *kluta, dat naast *klūta en *klauta staat, waarvoor zie: kluit en kloot. Aan deze verbinding kan men het best denken, eensdeels omdat deze woorden in het westgerm. zeer verbreid zijn en anderdeels ook semantisch, want in al deze gevallen moet men uitgaan van ‘iets dat samengeperst, ineengedrukt is’.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

klont znw., mnl. clont m. “klomp, klont, hoop”. = mnd. klunte “klomp” (waarvan klunteren, klunter-melk “klonterig geworden, zure melk”), fri. klonte “klont, kluit”. Men denkt aan ablaut met mnd. klint “klip, steile oever”, on. klettr m., noorw. klant m. “klip”; klent- > klint-, klant- zou dan een nasaleering zijn van de bij klad vermelde basis klet-, klat-. Ook is verwantschap met lit. glínda “neet, luizenei”, oi. gaṇḍa- “knoop, buil, krop” (veeleer mind. uit grantha-) aangenomen; de basis glend- zou dan oerverwant zijn met glebh- enz.: zie klemmen. Lat. glans “eikel” en zijn verwanten (met g) mogen niet direct vergeleken worden. Klont is moeilijk afdoende te beoordeelen met ’t oog op de in vorm en bet. er op gelijkende woordfamilies van klomp en kloot, kluit I.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

klont v., Mnl. clonte + Ndd. klunte: nasaleering van den wortel van kloot en kluit.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

klonk, kloenk, zn.: klomp, holsblok; paardenhoef. 1680 50 paer cloncken, Hasselt (Gessler 65). Vgl. N. dial. klunk ‘homp’. Van dezelfde wortel als Brabants kloon ‘klomp, holsblok’, Vlaams kloef ‘id.’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

kloensjen, zn.: sullig man, lummel. Var. van Vl. en Zeeuws klunten, dat al voorkomt bij J. Cats (1577-1660). Verwant met klont ‘klomp’ < Mnl. clont. Fri. klonte, Mnd. klunte ‘klont, kluit’. Vgl. Ndd. klunterig ‘lomp, plomp, onbehouwen, onbeholpen, onhandig’, kluntern ‘stommelend lopen’.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

klunten zn. m.: lomperd, lummel, onhandige kerel. 1797 kleunte, Gent (LC). Het woord komt al voor bij J. Cats (1577-1660). Afl. van klont ‘klomp’ < Mnl. clont. Fri. klonte, Mnd. klunte ‘klont, kluit’. Vgl. Ndd. klunterig ‘lomp, plomp, onbehouwen, onbeholpen, onhandig’, kluntern ‘stommelend lopen’.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

klunten (G, ZV), zn. m.: lomperd, lummel, onhandige kerel. 1797 kleunte, Gent (LC). Het woord komt al voor bij J. Cats (1577-1660). Afl. van klont 'klomp' < Mnl. clont. Fri. klonte, Mnd. klunte 'klont, kluit'. Vgl. Ndd. klunterig 'lomp, plomp, onbehouwen, onbeholpen, onhandig', kluntern 'stommelend lopen'.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

klunten, zn. m.: lomperd, lummel. Ook Zeeuws klunten ‘harkerig, stijf, onhandig iemand’. Het woord komt al voor bij J. Cats (1577-1660). Verwant met klont ‘klomp’ < Mnl. clont. Fri. klonte, Mnd. klunte ‘klont, kluit’. Vgl. Ndd. klunterig ‘lomp, plomp, onbehouwen, onbeholpen, onhandig’, kluntern ‘stommelend lopen’.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

klont: (Groningen) lomperd; sufferd. Opgetekend door o.a. K. ter Laan. Bij Laps betekent het ‘suffig persoon die alles verkeerd aanpakt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klont* kleine samenhangende massa 1477 [MNW]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal