Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klingelen - (herhaald klinken, bellen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

klingelen ww. ‘herhaald klinken, bellen’
Nnl. klingelen ‘herhaald klinken van klokken of bellen’ in 't kling'len (van een klokkenspel) klinkt van alle kant [1795; WNT], ook ‘doen klinken’ in de missediender klingelt de bel [1873; WNT].
Ontleend aan Duits klingeln ‘klingelen, bellen’, Middelhoogduits klingelen ‘een klank geven, ruisen’ [1250-1300; Gärtner], Oudhoogduits klingilōn [8e eeuw; Kluge], frequentatief van Oudhoogduits klingan [8e eeuw; Kluge], zie → klinken 1.
Het gebruik van klingelbeudel ‘rinkelend kerkenzakje’ [1746; WNT] wijst er niet op dat klingelen toen in het Nederlands voorkwam, zoals wel wordt aangenomen (EDale), omdat klingelbeudel rechtstreeks aan Duits Klingelbeutel [17e eeuw; Pfeifer] ontleend moet zijn. Ook nieuwvorming als frequentatief op basis van het in de 18e eeuw vrijwel verdwenen klingen (WNT) is weinig waarschijnlijk. Denkbaar is wel dat het woord op klanknabootsing berust (WNT, EDale), al kan de weergave klingeling (reeds klingelingeling [1785; WNT affreus]) ook aan Duits kling(e)ling ontleend zijn.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klingelen [rinkelen] {1746} naar de vorm een iteratief van klingen, nevenvorm van klinken, maar vermoedelijk < hoogduits klingeln; denkbaar is ook dat klingelen een spontane klanknabootsende vorming is.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

1klingel ww.
'n Reeks van vinnig opeenvolgende, hoë, helder, metaalagtige klanke voortbring.
Uit Ndl. klingelen (1746). Ndl. klingelen lyk soos 'n iteratief van klingen, wisselvorm van klinken, maar kom wsk. uit D. klingeln. Dit sou ook die resultaat van klanknabootsing kon wees.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klingelen rinkelen 1746 [WNT] <?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut