Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kliemen - (met lijmverf schilderen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kliemen* [met lijmverf schilderen] {clemen [met klei of leem bestrijken] 1413} oudhoogduits kleimen [lijmen], oudengels clæman [besmeren] (engels to clam), oudnoors kleima [bekladden (van iemand)] (vgl. klei, leem1).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kliemen ‘met lijmverf schilderen’, vgl. mnl. clemen ‘met klei of leem besmeren’. De vorm kliemen kan fries-holl. van klemen zijn, maar ook dialectisch bewaarde î van germ. *klīman. Dit laatste staat naast ohd. chleimen ‘lijmen’, oe. clæman ‘besmeren’. — lit. gléimes ‘slijm’, glimùs ‘slijmerig’ (IEW 364). — Zie ook: klam 2.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut