Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klepper - (paard)

Thematische woordenboeken

K.J. Eigenhuis (2004), Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen, Amsterdam

Klepper Groningse naam voor de Kluut (Tiddens 1920, Jrb. Cl.N.V. 10: 132). Acker Stratingh & Venema 1855 melden het voorkomen van de “Klepper” in de Dollard1. Door Pelinck Stratingh 1923 is de naam van het lemma volkomen ten onrechte met de Poelsnip ↑ verbonden [De Roos & Vlek 2001, De Rietgors 29(2): 53,55; mb.01B,9], waarna deze relatie kritiekloos door Ter Laan 1929 en VPG 1983 is nageschreven. Poelsnippen zullen ws. niet in Friesland (zie sub Dûbele Snip) en Groningen gebroed hebben, al zijn er claims in de literatuur, maar de zilte gronden van de Dollard zijn bovendien ook niet de juiste biotoop.
ETYMOLOGIE Deze is niet zeker. Misschien is de D volksnaam Klepper, Kleppner ‘Ooievaar’ in het spel: een Kluut heeft een aantal kenmerken met de Ooievaar gemeen (zwart-wit verenkleed, lange poten, lange hals, lange snavel) (Sp Cigüeñuela is de officiële naam voor de Steltkluut, maar letterlijk staat er: ‘Ooievaartje’). De vergelijking van een Kluut met een Ooievaar is nog sterker dan die met een Kraanvogel, en toch delen Kluut en Kraanvogel in het friese gebied ook een naam: Krôntje ↑.
Andere mogelijkheden: kleppen is sub 4 in vD 1970 p.974: “heen en weer gaande bewegingen maken of doen maken, waarbij niet meer in de eerste plaats aan geluid gedacht wordt”; te denken valt aan de maaiende bewegingen van kop en hals bij het foerageren van de Kluut. Een andere mogelijkheid biedt “klepperen 4: snel ofwel moeizaam lopen: door de modder klepperen (Multatuli).” [vD]

==

1 Dit gegeven is kennelijk Gavere & Bemmelen 1856 ontgaan die noch de Kluut noch de volksnaam Klepper noemen in hun Lijst van Vogels in de Provincie Groningen en op het Eiland Rottum waargenomen. Een en ander is te verklaren door de excentrische ligging van de Dollard. Opmerkelijk is dat ook VPG het gebrek aan kennis over de aanwezigheid van de Kluut in de provincie Groningen uit die tijd niet vaststelt: het broeden van talrijke Kluten in de Dollard lijkt in VPG ‘opeens’ “in 1947” te beginnen! Gavere & Bemmelen melden daarentegen wél bij de Poelsnip “Scolopax major”: “Broeit jaarlijks in kleinen getale op moerassige plaatsen.” Deze mening komt ongetwijfeld voort uit eerdere mededelingen in (dubieuze) literatuur over het broeden van deze soort in ons land (bijv. B&O 1822, maar toch ook Schlegel 1852), en de verwarring die er m.b.t. de verschillende inheemse Snippensoorten was (meer hierover sub Dubbele Snip).

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klepper* [paard] {1599} van kleppen, klepperen, naar het hoefgeklepper.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

klepper znw. m. ‘paard’, sedert Kiliaen en nu in de bet. ‘rijpaard’ in tegenstelling tot ‘werkpaard’, nhd. klepper (eerst 15de eeuw in nnd.) ‘paard van geringe waarde’, maar vroeger klöpper ‘equus viatorius’. De naam zal wel te verklaren zijn uit het hoefgekletter. Daarvoor spreekt nog, dat nhd. klepper gebruikt wordt voor iemand, die graag en veel loopt.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

klepper (paard), sedert Kil. Evenals mhd. (md., eind 15. eeuw, vandaar nhd.), mnd. klepper m. “rijpaard” van kleppen. ’t Paard is òf naar zijn gang òf naar ’t gerinkel van zijn tuig genoemd, wsch. ’t eerste.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

klepper m. (paard), + Hgd. id.: wel voor klapper, wegens den klipklap in den draf.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

klepper ‘paard’ -> Zweeds kleppare ‘paard’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klepper* paard 1599 [Kil.]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1226. Een kokker(d),

Hiermede duidt men iets aan, dat groot in zijn soort is; bijv. een kokkerd van een neusOok een janus of een kanus geheeten. Vgl. Nkr. VIII, 28 Maart, p. 5: Wat een Janus, wat een Kanus, wat een reuzenneus is dat!, van een appel, enz.; fri. in kokkert fen in bern (kind), in apel (appel), wat men in de Zaanstreek een bommerd noemt (Boekenoogen, 90) en ook wel een bakbeest (zie no. 136) heet, bij Sewel een klouwer en in Antwerpen een bommel, bonker, klepper, sjeur genoemd wordt (Antw. Idiot. 270). Elders, ook in West-Vlaanderen, gebruikt men hiervoor een bonke, een ponke (van een pompoen, een peer). Dat we hier, zooals in Tijdschrift IX, 155 vermoed wordt, met een der vele verbasteringen van krokodil te doen hebben, is niet waarschijnlijk. Eerder zullen we met Dr. A. Kluyver (Tijdschrift XI, 24) moeten denken aan een verkorting van kokkernoot, kokosnoot, zuidndl. kokernoot (dit ook bij Halma en Sewel); vgl. eng. coker, cokernut; hd. kockernusz. Vgl. Gunnink, 153; Köster Henke, 35: kokkerd, een groote. Een groote neus bijv.: Falkl. V, 76: De neus van dien man..... een kokkert; ook blz. 77; Falkl. VII, 224: Zoo'n kokker van een kotelet; Diamst. 218: 'n Kokkert van 'n teen; Ppl. 53: Dat's ook geen kleintje - nee zeg ik 't is een kokkert; Het Volk, 2 Jan. 1914, p. 3 k. 2:

Dorus was voor z'n pensioentje
Naar het Postkantoor gegaan.
Met 'n droppel an z'n kokkert
Pakte-nie de centen aan.

Menschenw. 14: D'r hang 'n droppel an je kokkert! In West-Vlaanderen wordt kokkertje als vleinaam tegen kinderen gebruikt (Onze Volkstaal III, 17).

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut