Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klemmen - (knellend drukken, knijpen)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, Amsterdam

klemmen ww. ‘knellend drukken, knijpen’
Mnl. clemmen [1477; Teuth.].
Os. klemmian (mnd. klemmen); ohd. bi-klemmen (nhd. klemmen); oe. clemman; alle ‘klemmen’, < pgm. *klam-jan-. Wrsch. afgeleid van een naamwoordelijke wortel *klam-, waaruit diverse woorden zijn ontstaan voor werktuigen of voorwerpen die dienen om iets vast te knijpen, te hechten of vast te houden, zie → klamp (het zn. klem is een jongere afleiding van klemmen).
Men beschouwt klam-jan- ook wel als causatief met de oorspr. betekenis ‘doen hechten’ bij → klimmen, dat op een oude betekenis ‘kleven’ moet teruggaan.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klemmen* [vastzetten, knellen] {clymmen 1477} oudsaksisch klemmian, oudhoogduits klemmen, van middelnederlands clampe [haak, klamp], middelnederduits klamme, middelhoogduits klemme, oudnoors klemma; buiten het germ. latijn glomus (2e nv. glomeris) [kluwen], oudiers glomar [teugel], litouws glemžti [samendrukken].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

klemmen ww., mnl. clemmen ‘vastzitten, zich vasthechten’, os. klemmian, ohd. chlemmen, oe. clemman. — Causatief bij klimmen.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

klemmen ww. Adde: ofri. klemma ‘klemmen, vasthechten’. Vgl. nog bij klimmen.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

klemmen (klemde, heeft geklemd), (i.h.b.:) door samentrekking van de vagina de penis vasthouden en kneden. Javaanse* meisjes klemmen. - Wat sèk [zeg] je?! Ma Lien schrok! Hoe kwam hij daarbij? Dat hij niet goed bij verstand was op dat ogenblik was vast en zeker! (Cairo 1976: 28). - Opm.: Het is een techniek die vooral Javaanse* vrouwen beheersen.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

klemmen ‘vastzetten, knellen’ -> Deens klemme ‘vastzetten, knellen; onder druk zetten; onder druk werken’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors klemme ‘drukken, klemmen, knijpen’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds klämma ‘vastzetten, knellen, drukken, knijpen’ (uit Nederlands of Nederduits); Papiaments klèm ‘vastzetten’; Sranantongo klèm ‘vastzetten, vastlopen, problemen krijgen met justitie’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klemmen* vastzetten, knellen 1477 [Teuth.]

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

klemmen, beursslang voor ‘aandelen KLM’.

In eerste instantie had de KLM precies 18,5 miljoen aandelen beschikbaar voor plaatsing. Dat aantal was mede gebaseerd op de prijs van ruim vijftig gulden die een maand geleden nog voor ‘klemmen’ werd betaald. (Elsevier, 02/04/94)
De Flippen, Olies, Klemmen en Freddies vliegen over de bureaus. (Elsevier, 14/08/97)
Dus kon het op de Amsterdamse beursvloer voorkomen dat grootvader Brink ‘flippen’ (aandelen Philips) of ‘klemmen’ (KLM-aandelen) kocht en vader Brink ze doodleuk weer verkocht. (Nieuwe Revu, 17/09/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal