Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kleineren - (in waarde verkleinen)

Etymologische (standaard)werken

Michiel de Vaan (2014-2018), Addenda EWN, gepubliceerd op www.neerlandistiek.nl"

kleineren ww. ‘in waarde verkleinen; krenken’
Middelnederlands cleeneren (1330-1332)? Nieuwnl. kleynéren ‘verminderen’ (1599, Kiliaan; naast kleynen met dezelfde betekenis), kleyneere (1648) ‘doen verminderen’, kleyneeren ‘minder (waard) worden’ (1671), kleineeren ‘minachten’ (1701). Nnl. vercleyneringhe ‘vermindering’ (1580) veronderstelt een ww. *verkléineren, in de 19e eeuw en in dialecten bevestigd door verkleinderen, verkleenderen. Westvlaams kleineeren ‘verkleinen’ bewaart de oudere, letterlijke betekenis. In Drents en Gronings verkleineeren.
Afleiding van klein met het Franse leensuffix -eeren, ouder -ieren. Dat suffix was redelijk productief in het Middelnederlands, sommige afleidingen zijn later weer verdwenen (voetéren ‘te voet gaan’, hovéren ‘feestvieren’). Naast halvéren is kleinéren het enige werkwoord op -éren dat van een bijvoeglijk naamwoord is afgeleid, maar halveren vervangt Mnl. halven ‘in tweeën delen’, evenals Duits halbieren ouder halben heeft verdrongen. Als directe afleiding met -éren van een bn. zou kleinéren dus niet aan een bestaand patroon beantwoorden. Waarschijnlijker lijkt daarom dat kleinéren een afleiding is van het werkwoord Mnl. cleenen (1460-1480), cleinen (1480), Nnl. kleinen ‘verkleinen’, Noordhollands klienen ‘klein maken, fijn maken’.
De oudste attestatie komt volgens MNW voor in een rekening van de grafelijkheid van Zeeland uit 1330-1332. Het woordenboek citeert uit de uitgave van Hamaker uit 1879 het deelwoord ghecleenert in de zin Van 6 m. lands, die die clooster van Waterlooswerve vrij hevet in zijn ambocht, ende daer hi niet mede ghecleenert en hadde van den 4 gr. van den mete. Het grote gat tussen deze vindplaats en de eerstvolgende in 1599 is enigszins verdacht. Het citaat lijkt op zijn minst in de spelling te zijn gemoderniseerd; ik heb echter geen toegang tot de uitgave of tot het origineel en kan de vorm dus niet controleren.
[Gepubliceerd op 01-03-2018 op Neerlandistiek.nl]

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kleineren [in waarde verkleinen] {kleyneren 1599} van klein + het rom. achtervoegsel -eren.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kleineren ‘in waarde verkleinen’ -> Fries klienearje ‘in waarde verkleinen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kleineren in waarde verkleinen 1599 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut