Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klavecimbel - (oud toetsinstrument, cembalo)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

klavecimbel zn. ‘oud toetsinstrument, cembalo’
Vnnl. clavesimbel [1545; WNT vedel I], met daarnaast varianten als clavesingel [voor 1620; WNT zang I], clavesimpel, claeuwecimbal, claviercymbel [resp. 1625, 1642, 1693; WNT].
Al dan niet via Middelhoogduits klavicimbel ‘id.’ [ca. 1350; Gärtner] ontleend aan middeleeuws Latijn clavicymbalum [1404; Rey], een samenstelling van Latijn clavis ‘sleutel, toets’, zie → klavier, en cymbalum ‘slaginstrument, klankbekken’, zie → cembalo en → cimbaal.
De Franse vormen clavycimbale [1447; Rey] en clavessin [1611; Rey] hebben ook tot ontlening geleid, zoals blijkt uit de varianten vnnl. claevesimbael in claevesimbaelmaeker [1557; Rombouts/Van Lerius 1961], clavecim [1630; WNT wagenvracht] en clavecing [1671; WNT theorbe]. Er kan ook sprake zijn van invloed van Italiaans clavicembalo, in 1533 aangetroffen als clavecymbali (mv.).
Lit.: P. Rombouts & T. van Lerius (1961), De liggeren en andere historische archieven der Antwerpsche Sint Lucasgilde, Amsterdam, 203

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klavecimbel [muziekinstrument] {clavezimbel 1545} < italiaans clavicembalo of < middeleeuws latijn clavicymbalum, van clavis [sleutel], van claudere [sluiten] (vgl. klavier) + cymbalum (vgl. cimbaal).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

klavecimbel, klavecimbaal znw. m. o., eveneens nhd. clavicimbel, ne. clavicymbal < ital. clavicembalo of < mlat. clavicymbalum. Het woord duidt een instrument aan, dat met toetsen bespeeld wordt. — Zie verder: klavier.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

S.P.E. Boshoff en G.S. Nienaber (1967), Afrikaanse etimologieë, Die Suid-Afrikaanse Akademie vir Wetenskap en Kuns

klavesimbel [+]: outydse musiekinstrument, oumodiese piano; Ndl. klavecimbaal/klavecimbel (reeks Ndl. en dial. wv. in WNT VI 3606), Hd. klavicimbel/-zimbel, Eng. clavicymbal, Fr. clavecin, ontln. aan It. clavicembalo of regstreeks aan Ll. clavicymbalum, hou verb. m. klavier en Lat. clavis, “sleutel”, en m. Ndl. cym-/ cimbaal, Afr. simbaal (via Fr. cymbale verb. m. Lat. cymbalum, Gr. kumbalon) – by vRieb claversingal en clavensingelspel.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klavecimbel toetsinstrument 1519 [Liggeren en andere hist. archieven I, 93] <Italiaans of Latijn

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut