Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klassiek - (tot de Griekse of Romeinse oudheid behorend; met een lange, erkende traditie)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

klassiek bn. ‘tot de Griekse of Romeinse oudheid behorend; met een lange, erkende traditie’
Nnl. classiek ‘gezaghebbend’ in deeze schrijver is classiek (over de auteur van een natuurhistorisch woordenboek) [1800; Van Woensel], klassieke ‘van de Griekse en Romeinse oudheid’ in de klassieke literatuur [1822; WNT uitsluitend], in de vaste verbinding klassieke muziek ‘muziek uit een bepaalde periode’ [1879; Groene Amsterdammer], klassiek ‘geijkt’ in klassieke economie [1923; WNT relativiteit].
Ontleend aan Frans classique [1548; TLF] < Latijn classicus ‘behorend tot de hoogste burgerklasse’, afleiding van classis ‘burgerklasse’, zie → klasse. Uit de hoogste klasse kwamen de mensen die het goede gebruik van de taal kenden, vandaar classici scriptores ‘schrijvers van de eerste rang’. In het Frans werden schrijvers classique(s) genoemd die gezaghebbend, dus navolgenswaard waren [1611; Rey], en daarom in de klas bestudeerd werden [1680; Rey]. Later nog waren het de auteurs die navolging van de antieken aanprezen [1753; Rey].
In de 19e eeuw treft men ook regelmatig het verwante woord classisch [1804; WNT graagte] aan, dat aan het Duits ontleend is.
Lit.: P. van Woensel (1800), De lantaarn voor 1800, Amsterdam, 49

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klassiek [antiek, voortreffelijk] {1824} < frans classique [idem] < latijn classicus [van de Romeinse burgerklassen, van de eerste klasse daarvan, normgevend] (vgl. klas).

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

klassiek’ bn., (ook:) saai, niet vlot; traditioneel (m.b.t. iemands kleding of zijn totale gedrag). Deze man, hoe ben je zo academisch dat het lijkt als* je zwarte hersentjes je nek gaan* breken, fo [voor] je? Klassiek no k’ka [S, ’als de kak’] (Cairo 1977: 16). - Etym.: Er wordt overeenkomst gesuggereerd met Europese, klassieke muziek. - Zie ook: viool*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

klassiek ‘antiek; voorbeeldig’ -> Fries klassyk ‘antiek; voorbeeldig’; Indonesisch klasik ‘voorbeeldig in zijn soort, waaraan blijvend gezag toegekend wordt’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

klassiek antiek 1824 [WEI classe] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut