Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klassen - (stapelen)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

klassen1* [stapelen] {1873} van klas, middelnederlands classe [klis, klit, vuiligheid, klodder], middelnederduits klaske [lap, stuk], engels clash [hoop, grote hoeveelheid]; van klad1.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

klassen, klatsen, klossen, ww.: plonzen, (water) storten, morsen; knoeien, prutsen. Mnl. classen ‘klotsen’. Vgl. E. clash. Dial. var. van klanknabootsend woord kletsen.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

klassen 1 ww.: net en ordelijk opstapelen. Afl. van Zeeuws klas(se), Wvl. klas, klesse ‘geordende stapel, hoop gerangschikte dingen’ (De Bo). Fr. classe < Lat. classis ‘indeling, rang, afdeling’. Vgl. klasseren ‘rangschikken’.

klassen 2 ww.: kaften. Afl. van Zeeuws klas(se) ‘losse kaft’. Vermoedelijk hetzelfde woord als klassen 1. Een kaft kan nl. dienen om boeken en geschriften te ordenen, te rangschikken. Vgl. Fr. classeur ‘opbergmap’.

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

klasschen (0), ww., uitspr. klasjhen: morsen, kladden, knoeien. Brabants ook klassen, klatsen, kletsen. Mnl. classe ‘klis, klit, klodder’, Mnd. klaske ‘lap, stuk’. Verwant met klad.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut