Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

klaroen - (soort trompet)

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

J. van Donselaar (1989), Woordenboek van het Surinaams-Nederlands, Muiderberg

klaroen’ (de), wilde soort bladgroente (Amaranthus dubius, Klaroenfamilie*), bij uitbr. enige verwante wilde plantesoorten (Amaranthus-soorten). Doe hierin de geschilde, in stukken gesneden cassave, de goed gewassen klaroen, wat zout en bovenop de gaargekookte pesi* (Voeding goed 23). - Etym.: S kraroen; NB Kraroenstraat in Paramaribo. Teenstra (1835 II: 275) spreekt van Krabe. - Zie ook: fijne klaroen*, diaklaroen*, strandklaroen*, zwampklaroen*.
— : fijne klaroen, een kleine soort klaroen (Amaranthus lividus). Fijne klaroen met steel en al ’plukken’. Bereiden als dagoeblad* (S&S 112). - Etym.: Zie klaroen*. Bij Teenstra (1835 II: 275) fijne kraloe. S finikraroen = lett. id.

Klaroen’familie (de), Amarantenfamilie, een familie van tweezaadlobbige, meest kruidachtige planten met kleine blaadjes en kleine, vaak groene of witte bloempjes in dichte knoedels (Amaranthaceae). - Etym.: Genoemd naar klaroen*.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

klaroen ‘(Surinaams-Nederlands) wilde soort bladgroente’ -> Sranantongo krarun ‘wilde soort bladgroente’.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut