Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kipper - (gebakken haring)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kipper [gebakken haring] {na 1950} < engels kipper, eerste betekenis ‘mannetjeszalm’, vgl. oudengels cypera, cypere [zalm (ten tijde van het kuitschieten)], oudsaksisch cupiro [idem], verwant met koper; de vis is zo genoemd naar de koperkleurige vlekken op de huid.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

G.J. van Wyk (2003), Etimologiewoordeboek van Afrikaans, Stellenbosch

kipper s.nw.
Gerookte haring of haringagtige vis, dikw. by ontbyt bedien.
Uit Eng. kipper (1326).
Ndl. kipper (ná 1950).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kipper gebakken haring 1984 [GVD] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut