Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kip - (band voor het bijeenhouden van koopwaar)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kip4* [stokvishoepeltje] {kip, kijp [bundel huiden, vlas e.d.] 1350-1384} middelnederduits kip > oudnoors kippi, van kippen1 [vangen, grijpen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kip 1 znw. v. ‘band van gevlochten teen voor het bijeenhouden van koopwaar, zoals dierenvellen, vlas, vissen; stokvishoepeltje’, dan oneigenl. ‘partijtje hout, bundel brandhout’, mnl. mnd. kip, vgl. on. kippi o., ‘bundel, schoof’. — Afl. van kippen 1. — Uit mnl. of mnd. > ne. kip ‘bundel, pak van huiden’ (sedert 1525, vgl. Bense 165).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

kip 4 v. (stokvischhoepeltje), hetz. als kip 2.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kip ‘bundel, baal, bepaalde hoeveelheid’ -> Schots kip ‘bundel met een bepaald aantal (huiden, touwen, riemen); kleine bundel’; Pools kipa ‘bundel, baal, een bepaald aantal’; Russisch kípa ‘baal, pak’; Oekraïens kípa ‘baal, pak’ ; Wit-Russisch kípa ‘baal, pak’ .

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut