Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kindsbeen - (vroegste kindsheid)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kindsbeen* in de uitdrukking van kindsbeen (af) [sedert de vroegste kindsheid] {1561} vgl. Bredero (1585-1618) van mijn kindsche beenen af, middelhoogduits von kindes beine [van het ogenblik af dat men is begonnen te lopen].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kindsbeen in de uitdrukking van kindsbeen, eerst na het mnl., maar toch reeds ohd. — Oorspronkelijk bedoelde men wel daarmee: van af dat het kind op de benen kan staan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

kindsbeen (van kindsbeen). Reeds ohd., maar nog niet mnl. Wordt opgevat als “van af den tijd dat men begint te loopen”.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kindsbeen* vroegste kindsheid 1561 [WNT]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1148. Van kindsbeen af (of aan),

d.w.z. van de jeugd af, lat. ab infantiisArchiv. XIII, 270.; van de vroegste kindsheid af, van jongs af (18de eeuw), van kleins(t) af (Zuid-Nederland). Zie Servilius, 2*: Van kints beenen aff, a teneris unguiculis; Sartorius I, 8, 20: Van kindts been, pro eo quod est a prima pueritia: Spieghel, 77, vs. 140: Kluchtspel I, 157, 10; Sewel, 389. In het Mhd. was von kindes beine en von kindes lit naast von kinde, mnl. van kinde (lat. a puero) ook reeds bekend. Later zeide men ook van kindsche beenenZie o.a. Brederoo I, 11: Van mijn kindtsche beenen af. en van kindsgebeente af (nog in Antw. en Land v. Waas) naast van jonge beenen af; van een kind af, van kinds af (Ndl. Wdb. I, 834); Afrik. van sy kindsbeen af. In het Friesch zegt men: fen bern ôf oan; stadsfri.: fan kynsgebiente an; in het oostfri.: fan kindsbên up; eng. from a child. De uitdr. zal eigenlijk willen zeggen: van het oogenblik af, dat men is beginnen te loopen; vgl. Grimm, Wtb. V, 756: Die redensart meint wol das laufen lernen, als zeitpunkt des erwachenden bewusztseins?

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut