Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kieperen - (vallen, smijten)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kiepen ww. ‘(doen) kantelen, (doen) omslaan’
Nnl. (om)kîpen ‘omslaan’ [1897; WNT Aanv. om I], kippen ‘doen kantelen’ in langzaam voorover gekipt [1904; WNT kippen XII], kiepen ‘kantelen, omslaan’ [1914; Van Dale].
Ontleend aan Hoogduits kippen ‘(doen) kantelen, uitstorten’ [17e eeuw; Pfeifer], oorspr. een Nederduits woord van onduidelijke herkomst, misschien hetzelfde woord als mnl. kippen ‘grijpen, vangen, betrappen’ (Pfeifer), waarvoor zie → kip. In het Nederlands is aanpassing van de spelling aan de uitspraak opgetreden: men gebruikt zowel kiepen als kippen voor de Duitse klank die tussen /i/ en /ie/ ligt.
kieperen ww. ‘doen vallen, tuimelen’. Nnl. kieper em 't gat uit [1860; Taalgids 2, 105], hij is van de wagen gekieperd (Zaanstreek) [1897; WNT]. Frequentatief van kiepen.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kieperen [vallen, smijten] {1897} van kiepen [omslaan].

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kieperen vallen, smijten 1897 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut