Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kicken - (opgewonden raken)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kick zn. ‘plotseling gevoel van opwinding, plezierig gevoel’
Nnl. kick ‘aangename ervaring door drugsgebruik’ [1962; Reinsma 1975], ‘gevoel van opwinding’ in als ik daarin kijk, krijg ik 'n kick, om dat woord maar 's te gebruiken [1964; Reinsma 1975].
Ontleend aan Engels kick ‘plotselinge gevoel van opwinding’ [1941; OED], i.h.b. als gevolg van alcohol of drugs [1844; OED], overdrachtelijke betekenis bij algemener ‘schop, trap’ [1530; OED]. Het zn. is een afleiding van het werkwoord kick ‘schoppen’, Middelengels kyke [ca. 1380; OED], van onzekere herkomst. Men vermoedt (BDE) een oorspr. betekenis ‘achteruit schoppen (bijv. van een paard)’, waarmee het ontleend kan zijn aan een Noord-Germaanse taal, vergelijk on. kikna ‘achteroverbuigen; door de knieën zakken’ (nno. keike ‘achteroverbuigen’).
kicken ww. ‘opgewonden raken, een kick krijgen’. Nnl. kicken op ‘id.’ [1977; Vrij Nederland]. Afleiding van het zn. kick. Zie ook → afkicken.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kicken op (Engels to kick)
Dateringen of neologismen

M. De Coster (1999), Woordenboek van Neologismen: 25 jaar taalaanwinsten, Amsterdam

kicken op iets, iemand, jeugdtaal voor ‘opgewonden raken van iets; ervan genieten: iets of iemand erg aantrekkelijk vinden’. Sinds begin jaren zeventig.

‘Ik kickte op inbraak,’ zegt hij onomwonden. (Haagse Post, 29/03/86)
Maar ik begrijp niet dat je je dan zo verlustigt aan de hoerigheid, het valse, en het destructieve, of kick je alleen op je eigen weerzin ertegen! (Dirk van Weelden: De schatbewaarder, 1991)
Wie niet van tierlantijnen houdt, maar toch op grote namen kickt, kan ook al voor een paar honderd gulden terecht. (HP/De Tijd, 16/05/97)
Ik kick op warmte, het moet flink heet zijn. (Nieuwe Revu, 14/05/97)
kicken!, waarderende uitroep uit de jeugdtaal. Onwijs kickend betekent ‘heel erg goed’.
Boven springt hij meteen. Geen gezeik, gewoon doen! Downstairs: ‘Kicken man! Die wind en dat vallen. Ik ga in Duitsland van een brug afspringen. (Webber, oktober 1994)
Alles wat je maar wilt, pannekoeken met biefstuk, what not. Kicken, trut! (Pamela Koevoets: Schaduwboksen, 1995)
Zag je al die grote gasten er een kankerzooi van maken. Dat was kicken. (Nieuwe Revu, 18/06/97)
Monique Elbers, die vorig jaar november afstudeerde, had de maand daarvoor al een baan bij het automatiseringsbedrijf MediaWare in Eindhoven. ‘Dat was wel even kicken, ja.’ (HP/De Tijd, 29/08/97)
‘Kicken, man. Wat een stunt.’ (Nieuwe Revu, 29/04/98)
iemand eraf —, informeel voor ‘hem of haar wegsturen’.
Voor het laatste jaar word ik er af gekickt. Net nu ik examen moet doen. (Trouw, 27/06/97)
Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut