Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kezen - (neuken)

Etymologische (standaard)werken

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kezen* [neuken] {1901-1925} van kees3 [tabakspruim], geeft de associatie met enerzijds pruim [kut], anderzijds met het harige van de pruim tabak. Het door Kiliaan gevormde keesen [overspel doen] {1599} is een ander woord, een samentrekking van middelnederlands kevescen [idem], waarvan de herkomst onbekend is.

Thematische woordenboeken

E. Sanders (1993), Eponiemenwoordenboek: Woorden die teruggaan op historische personen, Amsterdam

kezen, patriottische sympathieën hebben
Bij het woord kezen denkt menigeen in eerste instantie aan ‘met eene vrouw lijfgemeenschap hebben’, zoals Van Dale het in 1924 omschreef. Maar in feite is de oudste betekenis van dit woord ‘aan de politiek der Kezen meedoen’ of ‘patriottische sympathieën hebben’.
Bij ‘Kees’ is het niet anders. De betekenis ‘vrouwelijk geslachtsdeel’ is pas in zwang gekomen nadat het woord eerst, vanaf ongeveer 1780, een scheldnaam was geweest voor de patriotten of tegenstanders van stadhouder Willem V.
Over de oorsprong van kezen in de zin van neuken bestaan weinig twijfels: kees betekent ook ‘tabakspruim’ en dus ontstond kezen uit ‘de associatie met enerzijds pruim (kut), anderzijds met het harige van de pruimtabak’, aldus Van Veen (1989). De herkomst van het patriottische kezen is minder zeker. J.H. van Dale schreef in 1872 in de eerste druk van zijn woordenboek: ‘Zoo men wil, naar Cornelis de Gijzelaar, pensionaris van Dordrecht.’
Postuum werd de schoolmeester uit Sluis hiervoor op de vingers getikt. De Beer en Laurillard schrijven in 1899: ‘De oorsprong van den spotnaam Kees ligt in het duister. Zeker moet niet aan Corn. de Gijselaar gedacht worden. Ook andere Cornelissen of Keezen zijn er met de haren bijgesleept.’ Mogelijk ontstond het woord in Delft, vervolgen De Beer en Laurillard, ‘waar aan het hoofd van het exercitiegenootschap een kapitein stond, wiens hoofd bijzonder op den kop van een keeshond moet geleken hebben’.
Wie had er gelijk? Het wnt stelt dat er noch voor de-man-met-een-kop-als-een-keeshond noch voor de verschillende andere Cornelissen of Kezen ‘aannemelijke getuigenissen of bewijzen’ zijn. De verwijzing naar Cornelis de Gijzelaar verdween dan ook uit latere drukken van Van Dale. Daar staat tegenover dat in het enkele jaren geleden verschenen Etymologisch woordenboek van Van Dale de Dordtse patriot zonder een spoor van twijfel als naamgever wordt aangewezen.
Cornelis de Gijselaar zelf zal dit alles natuurlijk een zorg zijn geweest. Hij werd op 19 februari 1751 geboren als oudste zoon van de burgemeester van Gorinchem en promoveerde in 1774 in Leiden tot doctor in de rechten. Als tweede pensionaris in zijn geboortestad viel hij op door zijn fel anti-Engelse houding en dit bezorgde hem in 1778 het pensionarisschap in Dordrecht. In september 1782 riep De Gijselaar - inmiddels een onverbloemd tegenstander van Willem V - de patriottenpartij in het leven, een partij die streefde naar meer invloed van de burgerij in regeringszaken.
Tegen die tijd stonden de patriotten al als kezen bekend en werden ze op spotprenten afgebeeld als keeshonden. Cornelis en de zijnen reageerden zoals de geuzen eerder hadden gedaan: ze maakten de schimpnaam tot erenaam. De keeshond verscheen op erepenningen met opschriften als: ‘Ik bijt op mijn tijd’.
Die tijd kwam voor Cornelis de Gijselaar op 17 maart 1786, toen hij met een symbolische daad de vorstelijke macht van de stadhouder afschafte. Hij reed hiertoe onder de stadhouderspoort door, tot dan toe een privilege van de stadhouder.
September 1787 was het afgelopen. Pruisische troepen vielen Nederland binnen, De Gijselaar werd uit zijn ambt ‘geremoveerd’ en vluchtte naar Brussel. Als de stadhouder uiteindelijk in 1795 door Franse troepen wordt verdreven, vragen oude vrienden De Gijselaar ‘om meede een hand aan het roer van Staat te komen houden’. Hij slaat het aanbod af: ‘Mijne bekwaamheden zijn geringer, dan gij denkt [...] bovendien ben ik door heimelijke inblazers en door openlijke schreeuwers in mijnen goede naam gekrenkt, en daardoor onnuttig voor het publiq gemaakt. ‘Cornelis de Gijselaar zou zich niet meer openlijk met de Nederlandse politiek bemoeien en overleed ‘als ambteloos burger’ in Leiden op 29 mei 1815, 64 jaar oud.
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

kezen ‘neuken’ -> Fries keze ‘neuken’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kezen* neuken 1901 [WNT vinder I]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut