Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

keur - (uitnemende verscheidenheid; plaatselijke verordening)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

keur zn. ‘uitnemende verscheidenheid; plaatselijke verordening’
Onl. kuri- ‘keuze’ in samenstellingen als *kurimieda, letterlijk ‘keuzebeloning’, ofwel ‘recht van een heer om uit de nalatenschap van een horige het beste stuk te kiezen’, alleen gelatiniseerd in oorkonden, bijv. corimidem (accusatief) [1072-75; ONW], *kurmalt ‘het beste mout’, in de bono et puro ordeo, quod nos curmalt appellamus ‘van goede en zuivere gerst, die wij keurmout noemen’ [ca. 1200; ONW]; mnl. core ‘plaatselijke verordening, wet’, gelatiniseerd in lex, que kora dicitur ‘de wet, die men keur noemt’ [1217; ONW], kore ‘keuze’ [1240; Bern.], dat in die chore niet ne staed ‘wat niet in de keur staat’ [1254; VMNW], dat moet houden die cuere ‘dat zich aan de bepalingen van de keur moet houden’ [1277; VMNW], ‘keuring, schouw’ in als soe coemen ware te haerre cuere ‘ingeval het tot keuring ervan zou komen’ [1279; VMNW], ter cuere ‘in hoge mate’ in die grod ende scone was ter cuere ‘die zeer groot en mooi was’ [1285; VMNW]; nnl. keur ‘uitnemende verscheidenheid’ in keur van Poëzy [ca. 1710; WNT], en tegenwoordig met lidwoord zoals in een keur van woorden [1813; WNT].
Os. kuri (mnd. köre, küre); ohd. kuri ‘beproeving, beraadslaging, keuze’ (mhd. kur(e), kür(e), nhd. kur in Kurfürst ‘keurvorst, Duitse vorst gerechtigd om te kiezen voor een keizer’, kür in Willkür ‘willekeur’ en zie → kür); ofri. kere ‘keuze; lokale verordening’ (nfri. kar ‘keuze’); oe. cyre ‘keuze, vrije verkiezing’; < pgm. *kuzi- ‘keuze’. Daarnaast pgm. *kuza-, waaruit on. kør ‘keuze’. Beide zijn afleidingen van de nultrap van het sterke werkwoord → kiezen. Zie ook → kust 2 en → willekeur.
Het woord is oorspr. een afleiding van kiezen en betekende ‘het kiezen, keuze, verkiezing’, ook wel ‘recht of mogelijkheid om te kiezen’. Hieruit ontstond al vroeg de betekenis ‘het uitgekozene, het uitgezochte’, waarbij mnl. ter core, ter cuere ‘naar keus; in hoge mate, zeer goed, zeer’; daarbij met betrekking tot personen ook ‘de gekozene(n)’. Als historisch begrip is keur (mnl. core, cuere) vooral bekend in de betekenis ‘door de landheer gegeven statuut waarin plaatselijke voorrechten worden verzekerd’, algemener ‘plaatselijke verordening of wet’. Hierbij ontstonden vervolgens weer nieuwe overdrachtelijke betekenissen, waaronder ‘bevoegdheid om keuren te maken en/of te handhaven, rechtsbevoegdheid’, zie → keuren, en ‘straf bij overtreding van een keur’, waarvan het werkwoord → bekeuren ‘opleggen van een straf bij wetsovertreding’ is afgeleid.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

keur* [stempel, keus, het beste] {kora 1217, keur(e) [keuze, vrije keus, beschikking, verordening] 1260} oudsaksisch kuri, oudhoogduits kuri, oudengels cyre, oudnoors kjǫr; gevormd van kiezen (vroeger verl. deelw., met grammatische wisseling gekoren). In de uitdrukking om de keur niet van de balk willen vallen [geen voorkeur hebben] is balk de op enige afstand van elkaar liggende balken in korenschuren, zonder vloer, waar men bij misstappen een val kan maken (vgl. kust2).

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

keur znw. v., mnl. cōre, cuere, coire m. v. ‘keus, handvest, stadsverordening’, os. kuri m. ‘keus’, ohd. churi v. ‘keus, onderzoeking’ (vgl. nhd. kurfürst), ofri. kere m. v. ‘keus, vrije wil, uitspraak’, oe. cyre m. ‘keus, vrije verkiezing’, on. kør o. ‘keus’ < grondvormen *kuza, kuzi, verbaalabstracten bij kiezen. — Zie ook: keus.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

keur znw., mnl. cōre, cȫre m. v. “keus, vrije verkiezing, handvest” (e.a. secundaire bett.). = ohd. churi v. “keus, onderzoeking” (nhd. kur, ook in kurfürst), os. kuri m. “keus”, ofri. kere m. v. “keus, vrije wil, uitspraak”, ags. cyre m. “keus, vrije verkiezing”. Evenals on. kør o. “keus” (*koR > *kuza-) een verbaalabstractum van kiezen. Mnl. cōse, cȫse v. “keus” (nnl. keus, keuze) is onder invloed van kiezen en verbaalvormen hiervan met s (z) naast keur opgekomen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

keur v., Mnl. cuere, core + Ohd. kuri (Mhd. küre, Nhd. kur- in kurfürst), Ags. cyre: met eu = ö van denz. stam als ʼt meerv. imp. van kiezen. De bet. zijn: keus, beslissing, verordening.

Dialectwoordenboeken en woordenboeken van variëteiten van het Nederlands

F. Debrabandere (2011), Limburgs etymologisch woordenboek: de herkomst van de woorden uit beide Limburgen, Zwolle

koor, zn.: smaak. Van Mnl. ww. coren ‘proeven, keuren, smaken’, Vnnl. koren, keuren ‘proeven’ (Kiliaan). Bij Idg. *geus- ‘proeven’ in Lat. gustus ‘het proeven’ > Fr. goût ‘smaak’.

F. Debrabandere (2010), Brabants etymologisch woordenboek: de herkomst van de woordenschat van Antwerpen, Brussel, Noord-Brabant en Vlaams-Brabant, Zwolle

keur, zn.: keus; kans. Ook Vlaams. Mnl. core, cuere, keure ‘keus’, Vnnl. cuer ‘chois ou option’ (Lambrecht), keur, kore ‘keus’ (Kiliaan). Os. kuri ‘keus’, Ohd. churi ‘keus’, Oe. cyre ‘keus’, On. kør keus’ < *kuza, kuzi bij kiezen (met rotacisme z/r, vgl. verkoren). Het betekenisverband tussen keus/kans is duidelijk: wie de eerste keus heeft, heeft de eerste kans.

F. Debrabandere (2007), Zeeuws etymologisch woordenboek: de herkomst van de Zeeuwse woorden, Amsterdam

keur(e) zn. v.: keus, kans, voorkeur. Ook Vl. Mnl. core, cuere, keure ‘keus’, Vnnl. cuer ‘chois ou option’ (Lambrecht), keur, kore ‘keus’ (Kiliaan). Os. kuri ‘keus’, Ohd. churi ‘keus’, Oe. cyre ‘keus’, On. kør ‘keus’ < *kuza, kuzi bij kiezen (met rotacisme z/r, vgl. verkoren). Het betekenisverband tussen keus/kans is duidelijk: wie de eerste keus heeft, heeft de eerste kans.

F. Debrabandere (2005), Oost-Vlaams en Zeeuws-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de Oost- en Zeeuws-Vlaamse woorden, Amsterdam

keur(e) (E, G, W, ZO, ZV), zn. v.: keus, kans, mogelijkheid. Mnl. core, cuere, keure 'keus', Vnnl. cuer chois ou option' (Lambrecht), keur, kore 'keus' (Kiliaan). Os. kuri 'keus', Ohd. churi 'keus', Oe. cyre 'keus', On. kør keus' < *kuza, kuzi bij kiezen (met rotacisme z/r, vgl. verkoren). Het betekenisverband tussen keus/kans is duidelijk: wie de eerste keus heeft, heeft de eerste kans.

A.A. Weijnen (2003), Etymologisch dialectwoordenboek, Den Haag

koar smaak (Kerkrade). ~ nl. keur, uitverkoren, keuren ‘proeven’ ~ lat. gustus ‘smaak’ (= fra. goût ‘smaak’) ~ oind. juṣate ‘geniet’.
Amkreutz e.a. 160

F. Debrabandere (2002), West-Vlaams etymologisch woordenboek: de herkomst van de West-Vlaamse woorden, Amsterdam

keure, zn. v.: kans, gelegenheid. Mnl. core, cuere, keure ‘keus’, Vroegnnl. keur, kore ‘optio, electio’ (Kiliaan). Os. kuri ‘keus’, Ohd. churi ‘keus’, Oe. cyre ‘keus’, On. kor ‘keus’ < *kuza, kuzi bij kiezen (met rotacisme z/r, vgl. verkoren). Het betekenisverband tussen keus/kans is duidelijk: wie de eerste keus heeft, heeft de eerste kans.

Thematische woordenboeken

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Keur van kiezen (met den r-vorm: verkoren); het bet. keus; oudtijds ook het besluit, de verordening eener stadsregeering: stedelijke keur; de regeering had verkoren, dit of dat vast te stellen. Ook werd keur gebezigd voor de boete op ’t overtreden van een keur gesteld: „op een keur van 5 ponden”; hiervan: bekeuren, bekeuring: een boete opleggen. Keuren bet.: een keur, keus doen, en daartoe iets eerst onderzoeken; zoo werd keuring: onderzoek, bijv. „voor de keuring komen (van soldaten)”; paardenkeuring, enz. Verder behoort bij keur het oude keurmede: het recht van den heer om bij den dood van een zijner onderhoorigen uit diens nalatenschap het beste stuk vee te kiezen; mede verklaart men als geschenk.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

keur ‘handvest’ -> Frans dialect † core, kuere, coere ‘basiswet van een stad; college van wethouders; reglementen die zij hadden opgesteld (13e tot 17e eeuw)’.

keur ‘het beste, de bloem’ -> Fries keur ‘het beste, de bloem; mogelijkheid tot kiezen’.

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

keur* handvest 1217 [Slicher 125]

keur* het beste, de bloem 1573 [Plantijn]

Idioomwoordenboeken

F.A. Stoett (1923-1925), Nederlandsche Spreekwoorden, Spreekwijzen, Uitdrukkingen en Gezegden, drie delen, 4e druk, Zutphen

1132. Keur baart angst,

d.w.z. wanneer men uit vele zaken moet kiezen, loopt men gevaar, risico van eene verkeerde keuze te doen. Deze beteekenis van het znw. angst in dit spreekwoord was de gewone in de middeleeuwen; zie het Mnl. Wdb. I, 430; Ndl. Wdb. II, 462; Brederoo, III, 344: De angst die int verkiesen leyd beswaert mijn hart soo seer. Vgl. verder bij Campen, 112: weel die coer heft, die heft die quael; Goedthals, 35: wie de kuere heeft, hy heeft angst; Spieghel, 267; Mergh. 13: den grooten kust dik verdrijft den lust; De Brune, 494: die keure heeft, die heeft oock anghst; Vondel, Adam in Ball. vs. 1292; Samson, 1300: Keur baart hoop en angst van winnen of verliezen; Tuinman I, 226: Keur baart angst; Harreb. I, 15 b; Nw. School II, 175: De keur geeft de kwel; Molema, 233 a: dei de keur het, het ook de kwel, en de aldaar uit het Nederduitsch aangehaalde varianten. Vgl. Wander IV, 1740: Wahl macht Qual; wer die Wahl hat, hat auch die Qual.

1133. Om de keur niet van de balk willen vallen,

d.w.z. geene voorkeur hebben in eene zaak; het eene al even slecht als het andere vinden. Zie Con. Somme, 156: Ic en viele om die core van den balke niet; Sart. III, 1, 12: Ick viel om die keur van die balk niet, de duplici malo dici solitum, ut non magni referat utrum elegeris; ook bij Coster, 519, vs. 717; Brederoo III, 237, 25; Lichte Wigger, 7 r; J.v. Heemskerk, Arcadia (ed. 1756), bl. 34. De oorspr. bet. moet zijn ‘de beide gevallen staan zoo, dat ik mij niets onaangenaams zou willen getroosten voor een van de beide’; ‘balk’ kan worden opgevat als de op eenigen afstand van elkander liggende balken zonder vloer daarover (zooals in sommige korenschuren), waar men tusschendoor kan vallen. Zie het Ndl. Wdb. II, 956; vgl. Campen, 112: Ick wolde om die coer niet op staen of ick wolde om die coer niet wt mijn mont spyen; Adagia, 41: Ick en viel om den kuer van de trappen niet af; Volkskunde XI, 168; XII, 97: Ik zou voor de keur in de gracht niet vallen; Joos, 115; Waasch Idiot. 833; De Bo, 517: 'k En wil van de trappen niet vallen voor de keuze; fri. ik wol my om 'e kar net hingje litte; Wander IV, 1740: Ich möcht umb die Wahl nit darvor die Stiegen hinunter fallen; Ich will der Wahl wegen nicht vom Balken fallen..

1303. Te kust en te keur,

d.w.z. naar wil (of wensch) en naar keuze, naar zijn welgevallen; gewoonlijk in verbinding met het werkwoord gaan. De woorden kust en keur drukken zinverwante begrippen uit, die thans als identiek worden opgevat (zie no. 1250); beide komen reeds in de middeleeuwen voor. Zonder de praepositie te wordt de verbinding aangetroffen bij Westerbaen II, 716: 't Huys is binnen bet voorsien, om u de kust en keur van alles aan te bien. Mèt het voorzetsel vinden we haar bij Hooft, Ged. I, 179:

Krielt het van vrijers niet om uw deur?
Mooghje niet gaen te kust en te keur?
En doeje niet branden, en blaecken, en braên,
Al waer 't u op lust een lonckje te slaen?

Zie verder C. Wildsch. II, 304; V, 302; Sewel, 428: Te kust en te keur, choise of goods; Halma, 296: Te kust en te keur, gemakkelijk, à souhait, facilement, sans peine; Harreb. I, 398 b; Ndl. Wdb. VIII, 618; Antw. Idiot. 728; Villiers 470.

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Instituut voor de Nederlandse Taal