Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

ketter - (afvallige van een godsdienst)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

ketter zn. ‘afvallige van een godsdienst’
Mnl. van ketteren en van quade cristinen ‘door ketters en slechte christenen’ [1276-1300; VMNW], buggeren ende cattren ‘afvalligen en ketters’ [1300-50; MNW-R], ketsers ‘ketters’, ketteren ende onghelovighe menschen ‘ketters en ongelovigen’ [beide 1437; MNW-P].
Ontleend aan Laatlatijn catharus ‘Novatiaan’, in het middeleeuws Latijn ook ‘ketter’ [voor 1184; Niermeyer]. Deze naam werd oorspr. gebruikt voor de secte der Novatianen (aanhangers van tegenpaus Novatianus, 3e eeuw), die zichzelf katharoi, Grieks voor ‘de zuiveren’, noemden. Zij verzetten zich tegen de toenmalige paus Cornelius. Daardoor kon catharus, net zoals de varianten daarvan in de volkstalen, afvallige van de (katholieke) kerk betekenen.
Evenzo ontleend zijn: mnd. ketter; mhd. (al vroeg, en daardoor met Hoogduitse klankverschuiving) ketzer, kätzer (nhd. Ketzer); ofri. ketter(e), kattere (nfri. ketter); nzw. kättare.
De Albigenzen, aanhangers van een religieuze beweging in Occitanië uit de 12e tot 14e eeuw, die door de rooms-katholieke kerk als afvalligen werden beschouwd en daarom bloedig werden bestreden, zijn later in de literatuur ook wel Katharen genoemd, maar dat gebeurde juist naar aanleiding van de betekenis ‘ketter’ die Latijn catharus toen al had.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

ketter [die afwijkt van de geloofsleer] {ketter, catter 1276-1300} < frans cathare [lid van de sekte der katharen], van grieks katharos [rein], van vermoedelijk voor-gr. herkomst.

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

ketter znw. m., mnl. ketter ‘ketter’, ook ‘sodomiet’, mnd. ketter, mhd. ketzer, ofri. ketter (naast kattere ‘sodomiet’). Gewoonlijk afgeleid van de secte der Cathari, die in de 12de eeuw uit het Oosten naar Italië kwam (afgeleid van gr. katharós ‘rein’). De heftige vervolging door de kerk gepaard met een sterke diffamatie gaf aan het woord de bet. ‘verworpeling’, wat dan leidde tot ‘sodomiet’ (vgl. E. Öhmann, Neuphil. Mitt. 40, 1939, 213 vlgg.).

H. Collitz, Fschr. Sievers 1925, vlgg. heeft het woord willen afleiden van kwetser (vgl. eyn quetser der gotliker dinghe) en wijst op mnl. ketser ‘ketter’, ketserie ‘ketterij’ (wijst de spelling kettzer niet eerder op overname uit het mhd.?) en vooral mnd. quetsen, quessen naast quetten. Reeds de overgang van kw > k maakt deze verklaring hoogst onwaarschijnlijk. Het is denkbaar, dat men volksetymologisch tussen ketter en kwetsen een verband gelegd heeft.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

ketter znw., mnl. ketter m. “ketter”, ook “sodomiet”. = mhd. ketzer m. in beide bett. (nhd. ketzer), mnd. ketter m. “ketter”, ofri. ketter m. “id.” (kattere m. “qui peccat contra naturam”). Een sedert de 12. eeuw voorkomend woord, ontstaan uit mlat. Katari mv., een benaming van sectanten, die zich in de 11. en 12. eeuw in West-Europa verbreidden. De naam gaat op gr. katharós “rein” terug. De it. naam is Gazari. Mnl. komt ook catter m. “ketter” voor, evenzoo mhd. (md.) katzer; voor ofri. kattere zie hierboven.

C.B. van Haeringen (1936), Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Supplement, Den Haag

ketter. Tegen de gangbare etymologie is o.a. de hd. vorm ketzer een bezwaar. Daarom is H.Collitz Germanica (Ed. Sievers z. 75. Gebtst.) 119 vlgg. uitgegaan van mnd. eyn quetser der gotliker dinghe en brengt het woord bij kwetsen; ospr. bet. dus ‘kwetser, beschadiger (van het geloof)’. Naast mnd. quetsen, quessen ook quetten en dezelfde wisseling van -tt- en -ts- in mnd. mnl. ketser m. ‘ketter’, ketserîe v. ‘ketterij’ naast de gewone tt-vormen. De laatste zouden dan als hyperndd. vormen hebben gezegevierd. Deze nieuwe verklaring gaat noch formeel (kw- > k-!), noch semantisch zo vlot op, dat de oude hierdoor definitief is vervangen.

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

ketter m., gelijk Hgd. ketzer, uit Gr. katharoí (de reinen), naam eener sekte van Manichaeers uit de 11e en 12e eeuw.

Thematische woordenboeken

M. De Coster (2007), Groot scheldwoordenboek: van apenkont tot zweefteef, Antwerpen

ketter: iemand die afwijkt van de rechtzinnige leer; iemand die er een andere dan de gangbare mening op na houdt, bijvoorbeeld op het gebied van wetenschap of kunst. Eigenlijk: lid van de katharen (van het Griekse katharos: rein).

Enkele uren later werd ik wakker geschud door een van drift en kwaadheid ziedende beeldhouwer. Hij siste me toe, en ofschoon ik nog niet helemaal wakker was, ontging de ernst van het gesprek me niet: ‘En nou eruit, vuile ketter!’ (Jan Cremer, Ik Jan Cremer, 1964)

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

ketter (Latijn Cathari, mv.)

T. Pluim (1911), Keur van Nederlandsche woordafleidingen, Purmerend

Ketter, van ’t Gr. katharoi = reinen: de naam van een sekte uit de 11e en I2e eeuw, die door de kerk vervolgd werd.

Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

ketter ‘die afwijkt van de geloofsleer’ -> Deens kætter ‘die afwijkt van de geloofsleer’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors kjetter ‘die afwijkt van de geloofsleer’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kättare ‘die afwijkt van de geloofsleer’ (uit Nederlands of Nederduits).

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

ketter die afwijkt van de geloofsleer 1276-1300 [CG Lut.A] <Frans

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut