Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

keten - (ketting, reeks)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

keten 1 zn. ‘ketting; rij; reeks bij elkaar horende bedrijven’
Mnl. ketene ‘ketting, boei’ [1240; Bern.], een keten scone ‘een mooie ketting’ [1400-20; MNW-R]; vnnl. een lange keten van dwaelingen ‘een lange reeks fouten’ [1664; WNT]; nnl. ‘reeks bij elkaar horende bedrijven’, bijv. in hotelketen ‘samenhangende groep hotels’ [1974; Koenen].
Ontleend aan Latijn catēna, waarvan geen etymologie bekend is, met aanpassing van het woordaccent aan het normale Germaanse accentpatroon en umlaut o.i.v. de ē > *i. Naast keten komt ook de vorm ketten voor (zie → ketting), met geminatie; waarschijnlijk is het woord ofwel geleend toen deze klankwet bijna uitgewerkt was, ofwel is het tweemaal ontleend, toen de klankwet nog werkte en daarna.
De recente betekenis ‘reeks bij elkaar horende bedrijven’ is overgenomen van Engels chain ‘keten’.
ketenen ww. ‘verbinden d.m.v. een keten’. Mnl. geketende stene ‘aan elkaar vastgemaakte stenen’ [1400-50; MNW], kettenen ‘samenbinden, boeien’ [1477; Teuth.]. Afleiding van keten.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

keten [ketting, reeks] {keten(e) [ketting] 1201-1250; als ‘reeks’ 1664} < latijn catena [ketting, keten, boei].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

keten znw. v., mnl. kētene, kēten naast (noordoost) mnl. mnd. kēdene, kēde, ofri. kede, ohd. chetinna, chetina (nhd. kette). Men kan twee ontleningen uit het Latijn aannemen en wel resp. < lat. catēna (< *catesna verwant met cassis ‘jagersnet’ < *catsis) en < vulg. lat. cadēna (ook > fra. chaîne). — Zie: ketting.

Daar de romaanse vorm ook op cadena wijst, meent Th. Frings, Rom. Germ. 191, dat alleen dit woord overgenomen werd en dat uit kēdene dan secundair ontstaan zijn ketne, kettne, ketene, kettene. Daartegen echter E. Nörrenberg Niederd. Jahrb. 71-73, 1950, 326-7, die er op wijst dat de vormen met t ook voorkomen in een groot deel van Oost-Friesland en een deel der Rijnprovincie en die daarom van lat. catena wil uitgaan.

N. van Wijk (1936 [1912]), Franck's Etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, 2e druk, Den Haag

keten znw., mnl. kēten(e) v. Uit lat. catêna “keten”, wsch. via ’t Rom.; voor de klankontwikkeling vgl. edik bij azijn en munt I. Op een rom. vorm met d uit t (de grondvorm o.a. van fr. chaîne) gaat ohd. chetin(n)a (nhd. kette), mnd. noordoost-mnl. kēde(ne) v., ofri. kede “ketting” terug. Voor den grondvorm met d vgl. abt. Blijkens westf. kiǝte naast kîe “ketting” is de t-vorm ook in ’t Ndd. ontleend. Mnl. komt ook ketten(e) v. voor (uit ketne? vgl. bij monnik), zelden reeds met suffixsubstitutie noordndl. kettinc (nnl. ketting).

J. Vercoullie (1925), Beknopt etymologisch woordenboek der Nederlandsche taal, Den Haag / Gent

keten 1 v. (ketting), Mnl. id., gelijk On. kæta, uit Lat. catenam (-a), terwijl Ohd. ketina (Mhd. keten, Nhd. kette) uit den bijvorm cadenam (-a), van waar ook Fr. chaîne. In ʼt Germ. schoof de Lat. klemtoon op: vergel. kervel.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

keten ‘ketting’ (Latijn catena); ‘winkelketen’ (bet. van Engels chain)
Uitleenwoordenboeken

N. van der Sijs (2010), Nederlandse woorden wereldwijd, Den Haag; met aanvullingen uit Uitleenwoordenbank 2015

keten ‘ketting’ -> Duits dialect Kettel ‘klemhaak voor het vastzetten van ramen of deuren’; Deens kæde ‘ketting’ (uit Nederlands of Nederduits); Noors kjede ‘ketting’ (uit Nederlands of Nederduits); Zweeds kedja ‘ketting’ (uit Nederlands of Nederduits); Fins ketju ‘ketting; reeks’ ; Ests kett ‘ketting’ (uit Nederlands of Duits); Shona ngetani ‘ketting’ ; Sranantongo keti(n) ‘ketting’; Karaïbisch keti ‘ketting’ .

Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

keten ketting 1240 [Bern.] <Latijn

keten reeks 1664 [WNT]

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut