Meehelpen? Ga naar etymologieWiki

 

Jaarwoord generator van Genootschap Onze Taal

 

kennel - (hondenverblijf)

Etymologische (standaard)werken

M. Philippa, F. Debrabandere, A. Quak, T. Schoonheim en N. van der Sijs (2003-2009) Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam

kennel zn. ‘hondenverblijf’
Nnl. kennel “hondenstal” [1886; Kramers].
Ontleend aan Engels kennel ‘hondenverblijf’ [1302; BDE], ontleend aan een Noord-Franse vorm *kenil bij Frans chenil ‘id.’ [1387; TLF], ontwikkeld uit vulgair Latijn *canile ‘id.’, afleiding van canis ‘hond’, zie → kynologie.

P.A.F. van Veen en N. van der Sijs (1997), Etymologisch woordenboek: de herkomst van onze woorden, 2e druk, Van Dale Lexicografie, Utrecht/Antwerpen

kennel [hondenhok] {1886} < engels kennel < oudfrans chenil < middeleeuws latijn canicularium, canillum, canile, kenillum [idem], van canis [hond].

J. de Vries (1971), Nederlands Etymologisch Woordenboek, Leiden

kennel znw. m. ‘hondenhok; troep jachthonden; hondenfokkerij’ < ne. kennel ‘hondenhok, groep jachthonden’ < norm. kenil < lat. canile.

Thematische woordenboeken

Nicoline van der Sijs (2005), Groot Leenwoordenboek

kennel (Engels kennel)
Dateringen of neologismen

N. van der Sijs (2001), Chronologisch woordenboek: de ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, Amsterdam

kennel hondenhok voor de fok 1886 [KKU] <Engels

Overige werken

Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) & Middelnederlandsch woordenboek (MNW) & Vroegmiddelnederlands woordenboek (VMNW) & Oudnederlands woordenboek (ONW) – alle onderdeel van de Geïntegreerde Taalbank (GTB)

Zoek dit woord op in het WNT, MNW, VMNW, ONW.

Hosted by Meertens Instituut